Er dreigde weer geweld, een nieuwe oorlog misschien. Door de moord vorige maand op het stamhoofd van de Ngok Dinka in het betwiste gebied Abyei stonden de verhoudingen tussen Soedan en Zuid-Soedan plots weer op scherp. VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon en de Afrikaanse Unie deden dringende oproepen tot kalmte. Tot voor kort zou zo’n incident direct tot gevaarlijke militaire manoeuvres leiden, dit keer praatten de presidenten van de twee landen over hun geschil over de telefoon. Het grote verschil: de wegens oorlogsmisdaden aangeklaagde Soedanese president Omar al-Bashir werpt zich op als vredesengel.
De generaal is een pragmaticus. Hij verbeterde de afgelopen weken de relaties met aartsvijand Zuid-Soedan, waardoor de export van Zuid-Soedanese olie over Soedanees grondgebied is hervat. Hij beloofde politieke gevangenen vrij te laten en stapte af van zijn stugge weigering te onderhandelen met rebellen in de Nubabergen. Die onderhandelingen moeten leiden tot toegang van hulpgoederen voor honderdduizenden hongerlijders in het van de buitenwereld afgesloten gebied.

Maar kan Bashir wel vrede brengen, terwijl zijn karakter en carrière zijn gebouwd op oorlog? Bashir komt uit een arm gezin in het dorpje Hosh Banga ten noorden van Khartoum, waar hij in 1944 werd geboren. Zijn opleiding bracht hem niet verder dan de basisschool en de militaire academie. In aanwezigheid van goed opgeleide politici voelt hij zich snel de mindere. Dat gevoel wordt gecompenseerd door zijn grote kennis van details en zijn volkse omgangsvormen. In tijden van crisis toont hij zich een goede volksmenner.
[Lees verder…]
Sleutelwoorden in deze tekst: Soedan

Vluchtelingenkamp van Malinezen in Burkina. Foto Patrick Wiggers
De interventiemacht van Franse en Afrikaanse militairen in Mali heeft de radicaal-islamitische groepen harde klappen uitgedeeld. „Er is sinds twee weken geen enkele keer op ons geschoten”, vertelt een Franse militair in de hoofdstad Bamako. Een belangrijk bijverschijnsel van de vier maanden geleden begonnen militaire interventie is dat in Mali opgeleide Nigeriaanse extremisten zijn teruggekeerd. Zij voeren in het noorden van hun vaderland nu steeds beter gecoördineerde aanvallen uit met moderne wapens.
In de strijd tegen de extremistische groepen staat Mali allang niet meer alleen. De extremisten trekken van het ene naar het andere land. Velen ontvluchtten Mali en vestigden zich in het zuiden van Libië. „Gebeurt er iets in het ene land, dan heeft dat onmiddellijk effect op een ander land”, zegt een diplomaat met een verwijzing naar het groeiende geweld in Noord-Nigeria.
In noordoostelijke deelstaat Borno vielen in april bijna tweehonderd doden bij een veldslag tussen het Nigeriaanse leger en Boko Haram. Deze moslimextremistische terreurgroep, die zich sinds enkele maanden in deze regio heeft genesteld, controleert het dagelijks leven. Alle overheidsmedewerkers zijn gevlucht. Bij een aanval van het leger schoten de extremisten terug met machinegeweren, granaatwerpers en luchtafweergeschut. Duizenden Nigeriaanse militairen zijn nu bezig met een omvangrijke operatie in het noordwesten om het overheidsgezag te herstellen, waarbij ook gevechtsvliegtuigen zijn ingezet. Eerdere pogingen mislukten.
[Lees verder…]
Sleutelwoorden in deze tekst: Mali • Nigeria
In Londen werd begin mei een grote donor conferentie over Somalië gehouden. Er is optimisme: de oorlog is ten einde en met geld van de diaspora wordt veel gebouwd.
Foto’s van Mogadishu gemaakt door Patrick Wiggers

De inwoners van Mogadishu staan ’s ochtends in de file en ’s avonds slenteren ze langs voedselkiosken en voeren ze gesprekken in theetenten. De Somalische hoofdstad heeft het afgelopen jaar een metamorfose ondergaan: van gevaarlijkste stad ter wereld naar een stad vol hoop. „Dit is een cruciaal moment voor Somalië”, zei president Hassan gisteren in een gesprek met de Britse krant The Telegraph.
Vrede kent Somalië nog niet, maar de burgeroorlog is ten einde en de islamitische terreurorganisatie Al-Shabaab controleert geen grote steden meer. Er waren de afgelopen vijf jaar al eerder periodes met relatieve rust, maar het grote verschil is nu dat de Somalische diaspora voor het eerst groot vertrouwen toont. Door de investeringen van Somaliërs in het buitenland krijgt de hoofdstad een ander gezicht.
Mogadishu was één van de oudste en mooiste Afrikaanse steden tot de burgeroorlog in 1990 begon en de stad aan flarden werd geschoten door clanstrijders met raketwerpers. Daarna volgden vele jaren waarin de stad was opgedeeld tussen krijgsheren die inkomsten vergaarden door afpersing bij wegversperringen. Na 2006 kregen islamitische radicalen grote invloed. Maar twee jaar geleden werden zij straat voor straat uit Mogadishu verdreven door een Afrikaanse vredesmacht. Sindsdien gaat het gestaag beter met Somalië.
Jarenlang deed het gruis van de kapotte gebouwen iedere structuur van het oude Mogadishu vervagen: brede avenues waren tot kleine paden vervallen. Maar nu wordt alles opgeruimd, liggen er overal zakken cement te wachten en verrijzen er gebouwen van soms wel tien verdiepingen. Er zijn enkele ziekenhuizen, supermarkten en restaurants, en enkele maanden geleden ging het nationale theater open. De verbeterde veiligheidssituatie is bovenal het werk van de Afrikaanse vredesmacht van 18.000 militairen, voor een groot deel Oegandezen, Burundezen en sinds vorig jaar Kenianen in de zuidelijke stad Kismayo. Ethiopië, dat ook militairen heeft gelegerd in Somalië, maakte onlangs bekend deze te willen terugtrekken.
[Lees verder…]
Sleutelwoorden in deze tekst: Somalië