Leiders in Afrika hebben me teleurgesteld – Jan Pronk

Jan Pronk(foto Petterik Wiggers)

Het is tijd voor de memoires van de in 1940 geboren Johannes Pieter Pronk. Na een zware hartaanval vorig jaar ervaart hij iedere dag als een bonus. Hij voelt zich herboren en spit in zijn woning in Den Haag met dezelfde strenge discipline als tijdens zijn ministerschap door de verslagen van zijn ontmoetingen. Die vonden niet alleen plaats in presidentiële paleizen maar ook bij guerrillastrijders langs de Nijl of bij vluchtende Rwandezen diep in de Congolese jungle. Het eerste boek van zijn memoires heet Strijd rond de Grote Meren, over de crises in Rwanda en Congo in de jaren negentig.

Jan Pronk(foto Petterik Wiggers)
Jan Pronk(foto Petterik Wiggers)

Pronk was tijdens dergelijke werkbezoeken altijd behulpzaam voor journalisten. Menigmaal mocht ik met hem op stap, maar ik leerde hem nooit echt kennen. Pronk kwam altijd over als een intellectueel, geen gevoelsmens. Alleen heel soms, heel even. We vlogen eens naar een gebied in Noord-Kenia toen plots de raampjes met een dikke zwarte smurrie werden bedekt. De piloot waarschuwde dat we dreigden neer te storten. Na een geslaagde noodlanding ontdeden we ons van de spanningen door te pissen op de landingsbaan en toen klonk de emotie door in Pronks stem. „Het leven is toch wel de moeite waard om te blijven leven”, verzuchtte hij. Maar enkele minuten later, toen de piloot de dop op de olietank had geschroefd, klonk het afstandelijk: „Gelukkig ben ik nog op tijd voor het debat morgen in de Tweede Kamer.”

Lees verder:  -Hoe Kofi Annan Pronk liet vallen

-Hoe Pronk Kagame tevergeefs bescherming vroeg voor een dissidente minister

-Hoe Meles Zenawi bij Pronk wilde afstuderen op mensenrechten

Continue reading →

Hoe Eskinder Nega zijn gevangenisstraf doorkwam: Schrijven, altijd blijven schrijven

Eskidner Nega(foto Ilona Eveleens)

‘In de cel schreef ik op stukjes karton en wc-papier’

Eskinder Nega is gespannen. Volgende week reist de Ethiopische journalist na zes jaar in gevangenschap in Ethiopië naar de Verenigde Staten om daar zijn elf jaar oude zoon Nafkot te ontmoeten. Dat maakt hem zenuwachtig, want hij kent zijn zoon nauwelijks. Nafkot werd geboren in de gevangenis in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba, toen zijn vader en zijn moeder gevangen zaten. „Zou hij me herkennen?”, piekert Eskinder Nega. „Hij kent me alleen als een legende, als een van de beroemdste politieke gevangenen van Ethiopië. Maar ik heb ook mijn zwakheden en vele fouten. Zal hij die accepteren?”

Wat opvalt in een gesprek met Eskinder Nega is hoe humaan hij is gebleven. Na zovele jaren van treiterijen in de gevangenis zou menig ander wild om zich heen slaan en agressief gedrag vertonen. Negen keer ging Eskinder Nega achter de tralies sinds hij begin jaren negentig uit Amerika terugkeerde naar zijn geboorteland. De laatste keer in 2011 op beschuldiging van terrorisme. In februari kwam hij met honderden andere politieke gevangenen onverwacht vrij, nadat het Ethiopische bewind was begonnen met opmerkelijke hervormingen. De nieuwe premier Abiy Ahmed sloot de beruchte Kaliti-gevangenis, waar Eskinder jarenlang vast zat.

Na de val wereldwijd van de communistische regimes begin jaren negentig, waaronder dat van de Ethiopische militaire marxist Mengistu Haile Mariam, verwachtte Eskinder Nega verandering. „Het einde van de tirannie kwam in zicht en ik begon met mijn echtgenote de eerste onafhankelijke krant in de Ethiopische geschiedenis”, vertelt hij tijdens een kort bezoek aan Nairobi. „Mengistu’s opvolger Meles Zenawi bleek echter een leninist, stond geen oppositie toe en sloot mijn krant.”

De premier zette hem en zijn vrouw Serkalem Fasil in 2005 zeventien maanden achter de tralies wegens hoogverraad. „Ik hoorde in de gevangenis dat ze zwanger was. En later dat ze van onze zoon bevallen was”. Na zijn vrijlating gingen vrouw en kind uit veiligheidsoverwegingen naar Amerika, maar de vader wilde niet vertrekken. „Om in Ethiopië een oprechte journalist te wezen, moet je activist zijn.” Hij werd een blogger en belandde onvermijdelijk weer in de gevangenis.

In 2009 had de partij van Meles Zenawi een draconische antiterrorismewet aangenomen. Die wet maakte kritische journalisten tot terroristen. In 2011 werd hij onder deze wet tot 18 jaar veroordeeld. PEN, de internationale organisatie voor de vrijheid van schrijvers, gaf hem in 2012 de Freedom to Write Award. Hij bleef schrijven, ook in de gevangenis.

„De gevangenisleiding wilden dat ik stopte met schrijven. Maar ik weigerde en daarom werd ik gebrandmerkt als onruststoker die gescheiden moest leven van de andere gedetineerden. Ik kreeg pen noch papier en mijn boeken pakten ze af. Maar soms slaagde ik erin om schijfgerei binnen te smokkelen. Ook schreef ik op ieder stukje papier of karton, ook op toiletpapier. Zo werd mijn leven in de gevangenis een dagelijks gevecht. Ik stopte nooit met schrijven. Want ik wist dat als ik daarmee zou stoppen mijn wilskracht zou worden gebroken. Als ik met schrijven was gestopt, had ik me onderworpen aan de tirannie.”

Volgens Eskinder Nega is democratie het doel van alle volkeren der aarde. „Als democratie kan werken in het diverse India, en zelfs in het door zijn geschiedenis sterk gepolariseerde Zuid-Afrika, waarom dat niet in Ethiopië? Wij zijn de oudste natie van Afrika en wij hielpen de Afrikaanse landen in de jaren zestig onafhankelijk worden. Wat een ironie dat we nu het laatste land op het continent zijn dat democratisch moet worden.”

Over de kans dat de nieuwe premier Abiy de natie in democratische vaarwateren kan sturen, uit Eskinder Nega zich optimistisch. Maar voorlopig blijft hij als journalist een activist. „Als de nieuwe premier terugkrabbelt, komen er weer grote demonstraties tegen de regering.” Hij wil gaan bloggen en stukken schrijven in kranten. „Bij de sociale media krijg je je informatie, bij de oude media als kranten de analyse. De sociale media zullen nooit de oude media elimineren. Ik wil actief zijn in alle media.”

Dit artikel werd gepubliceerd in NRC Handelsblad op Dinsdag, 8 mei 2018

Foto Ilona Eveleens

 

 

Hoe buitenlandse hulp speelbal is geworden

Luchthaven Juba(Foto Petterik Wiggers)
Juba airport Foto Petterik Wiggers

Al direct bij aankomst in de Zuid-Soedanese hoofdstad Juba is de aanblik van blanke hulpverleners overweldigend. Op het vliegveld staan lange rijen witgeschilderde hulpvliegtuigen en helikopters, van de Verenigde Naties, het Rode Kruis en Artsen zonder Grenzen. In de stad raak je vast in de files van terreinwagens van buitenlandse hulpverleners. De hulpindustrie heeft Zuid-Soedan overgenomen, organiseert het luchtvervoer, verzorgt taken van ministeries en houdt de economie draaiend.

Dergelijke hulpafhankelijkheid irriteert steeds meer Afrikaanse regeringen, in zowel sterke staten als Rwanda als in ‘mislukte’ staten als Congo en Zuid-Soedan. Dat is al jaren zo, maar sinds de eeuwwisseling kent Afrika een opvallend grote economische groei en groeiende politieke stabiliteit. Daarom stellen overheden zich assertiever op. De pijnlijke afhankelijkheid enerzijds en de zelfverzekerdheid anderzijds creëert een spanningsveld.

Afrikaanse landen beschouwen de aanwezigheid van buitenlandse hulpgroepen en de VN steeds meer als een ongewenste bemoeienis. Buitenlandse hulp komt in gevaar en wordt een speelbal.

Continue reading →

Hoe Arabische landen hun problemen naar Afrika exporteren

Djibouti 1991(Foto Koert Lindijer)
Djibouti 1991(Foto Koert Lindijer)

Rivaliteit tussen Arabische landen veroorzaakt spanningen in Afrika. Er dreigen militaire conflicten. In Somalië liep het bijna uit de hand.

Het was een bizar aangezicht in de Somalische hoofdstad Mogadishu eerder deze maand. Politieagenten trouw aan Osman Jawari , voorzitter van het parlement, wierpen een cordon op rond zijn spreekgestoelte. Als reactie omsingelden veiligheidstroepen van Abdullahi Farmajo, de rivaliserende president, het parlementsgebouw. Een commandant van de Afrikaanse vredesmacht wist ten slotte op het nippertje een veldslag te voorkomen tussen aanhangers van president Abdullahi Farmajo en parlementsvoorzitter Osman Jawari.

Aanleiding voor het bittere dispuut is strijd om hegemonie honderden kilometers verderop in het Midden Oosten. In de Arabische wereld zijn grofweg twee kampen: de alliantie rond Saoedi Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en Egypte enerzijds en Iran, Turkije en Qatar anderzijds.

Continue reading →

Zuid Soedan: Huilen tot je er blind van wordt

Langs de Akobo rivier

Angstig omklemt Nyaruch Kuon de stok waarmee haar kleindochter haar door oorlogsgebied naar de basisschool in Akobo heeft geleid. Na een week zwerven zakt de oude vrouw uitgeput op de grond tussen de andere ontheemden in een schoollokaal. Wild wrijft ze over haar doffe ogen in haar gerimpelde gezicht. „Ik huilde en huilde maar over de dood van mijn zonen, tot mijn ogen het begaven”, zegt ze.

Vorige maand, toen regeringssoldaten haar huis in brand staken, stierven drie zonen. Gisteren verloor ze haar jongste zoon, gedood door een militie gelieerd aan de regering.

Nooit eerder is Zuid-Soedan zo diep gezonken, was de misère zo groot. Tussen 1955 en 1972 en opnieuw tussen 1983 en 2005 vochten de Zuid-Soedanezen voor afscheiding van het gearabiseerde noorden van Soedan. Eenmaal onafhankelijk gingen ze elkaar met zoveel venijn te lijf, dat er een ongekende humanitaire tragedie uitbrak: honderdduizenden mensen zijn gedood, 4 miljoen mensen sloegen op de vlucht, de helft van de 12 miljoen Zuid-Soedanezen raakte afhankelijk van buitenlandse voedselhulp.

Er bestaat geen hoop op een politieke oplossing. Zowel regering als rebellen vallen verder uiteen, de economie is kapot en ook de buitenwereld weet niet hoe de gewelddadige implosie te stoppen.

Continue reading →

De dood erotiseert de zinnen en doet de normen eroderen.

Overpeinzing naar aanleiding van de rel rond Oxfam

De tent van de hulpverlener is omringd door sigarettenpeuken, zijn slaapmatje omgeven met etensresten. Iedere dag eet hij bonen en rookt hij twee pakjes sigaretten. Zijn lichaam staat vol met tatoeages. Praten doet hij veel, luisteren weinig. Ik zag hem onlangs in oorlogsgebied in noodtempo een basis opzetten om duizenden ontheemden op te vangen. Om te reizen naar zo’n uithoek in een rampenland moet je een beetje gek zijn. Degenen die het doen – hulpverleners en journalisten – lijken soms een beetje op psychopaten.

Aan de frontlinie verliezen hulpverlener en journalist hun naïviteit, hun gezondheid en soms hun verstand. Je voelt je een huurling of een dwaas. Drie medewerkers van de Verenigde Naties schreven er in 2004 een boek over: Emergency sex. Hun bazen in New York wilden het boek verbieden. Ze konden de passages over seks als reactie op hevig geweld en zelfs seks tijdens gewelddadigheden niet geloven. Ze begrepen niet dat juist in dit soort omstandigheden de behoefte aan een warm lichaam en een koud glas bier zo nijpend blijkt.Continue reading →

De Sengwer worden hun woud uitgezet. De frictie tussen mensenrechten en het milieu

Met een verlepte bos bloemen in de hand reist Elias Kimaiyo naar zijn afgelegen woonplaats bij het Embobutwoud in de Cherenganiheuvels in Noordwest Kenia. Een dag eerder had hij in de ambtswoning van de Nederlandse ambassade in Nairobi de prijs voor de mensenrechtenactivist van het jaar ontvangen, een huldiging door de Nationale Coalitie van Mensenrechtenverdedigers waarvan Nederland voorzitter is. De activist kreeg een bloemetje mee voor thuis in het woud. Maar halverwege de reis in de stad Eldoret belt zijn vrouw Janet hem om te vertellen over geweervuur van boswachters in zijn woongebied. “Ik durf niet meer met U mee”, verontschuldigt hij zich. “De regering zoekt me, het wordt te gevaarlijk voor me om verder te gaan”.

Elias Kimaiyo voert actie om zijn volk de Sengwer van ongeveer 30 000 zielen te laten leven in hun oorspronkelijke woongebied in het Embobutwoud. “Daar waren de geesten van onze voorvaders rond. God en de Sengwer hebben altijd op dit bos gepast, wij zijn de beste natuurbeschermers”, betoogt hij.

Zijn standpunt staat pal tegenover het beleid van het Keniaanse Bosdepartement. Boswachters zetten de afgelopen weken tientallen Sengwer het Embobutwoud uit, ze gebruiken daarbij naar verluidt grof geweld, ze doodden een Sengwer activist en staken tientalen huizen van de Sengwer in brand. Dat geweld leidde tot sancties van de Europese Unie, die 31 miljoen euro hulp voor een aantal waterwingebieden opschortte.

Elias Kimaiyo
Elias Kimaiyo

Ik rijd verder zonder Elias. Eerst door hellingen waarop boeren in iedere resterende meter grond hun spades hebben gezet, dan hoger naar de laatste plukjes oorspronkelijke woud. Sierlijke zwart-witte Franjeapen slingeren tussen eeuwenoude bomen boven stroompjes met kraakhelder water. De bossen in Cherengani heuvels vormen een van de belangrijkste waterwingebieden van Kenia, vanaf hier stroomt water naar onder meer het Turkanameer. En al het drinkwater voor Eldoret komt hier vandaan. Maar de rivieren vielen de afgelopen jaren bijna droog door de rappe vernietiging van de wouden. Kenia verloor in honderd jaar al meer dan negentig procent van zijn bosbedekking. Het dreigt nu op te drogen.

Op open plekken grazen koeien en wol schapen, mannen rusten op het zachte gras. Onder de bosrand bouwden de illegale landbezetters hun huizen. Onder bescherming van de duisternis slapen ze in de bossen en gaan er overdag weer uit, een voortdurend kat en muis spel met de boswachters. In de weide staat het houten huis van Elias Kimaiyo en zijn vrouw Janet. “Elias leerde ik kennen in het bos”, vertelt ze. “Wat zou het mooi zijn als we zijn prijs samen konden vieren in het woud”.

Janet
Janet

Aanwezigheid in het woud bestempelt de overheid als een misdaad. Toch leefden de Sengwer er eeuwenlang als jagers en verzamelaars, ze kenden alle bomen op hun duimpje en de medicinale waarde van wortels en planten. Maar nu ogen de Cherengani heuvels als een kaal hoofd met enkele plukjes haar. Er is weinig over van het woud. Eerst indringers van andere stammen hakten bomen om en begonnen akkers en laten er hun vee grazen, waarna ook sommige Sengwer dit gingen doen. Landbouw en veeteelt zijn niet goed voor een woud en dat roept de vraag op of traditionele landrechten en milieubescherming samengaan.

Ja, zeggen de Sengwer en veel Keniaanse mensenrechtenactivisten. In en rond het Embobutwoud is echter alle enkele decennia sprake van confrontatie en gewelddadige ontruimingen. “Elias was zeven jaar toen boswachters in lange jassen en met kaplaarzen in de jaren negentig zijn ouderlijke huis in brandstaken. Zijn vader voerde ze in handboeien af ”, vertelt Janet, “uit die ervaring komt zijn activisme voort”. Sinds twintig jaar geleden buitenlandse donoren gingen meebetalen voor bescherming van de watertorens in Kenia, werden de belangen groter. De boswachters gingen er stringenter op toezien dat niemand in de bossen leeft. Schending van mensenrechten en milieu kwamen zo met elkaar in conflict.

John Torotich
John Torotich

“Compensatie voor ons verloren land is onvoldoende”, vertelt John Torotich, een neef van Elias. “De regering wilde ons twee jaar geleden genoegdoening geven door ons geld aan te bieden en land elders, maar die schuldvereffening leidde tot corruptie. We willen terug naar het woud. Basta”. Hij wijst op een gevelde boom aan de rand van het bos. “Kijk, dat heeft niet een Sengwer gedaan, zo doen wij dat niet. Wij gebruiken alleen de bast, smeren dan koeienstront op de boom, die vervolgens blijft leven”.

Het ontblote landschap doet vermoeden dat alleen nog een drastische ingreep het bos kan redden. Terug in Eldoret erkent Elias Kimaiyo dat ook zijn stamleden inbreuk hebben gemaakt op het woud. “Toen we zagen dat andere stammen er landbouw gingen bedrijven, deden wij hetzelfde. Dat is fout. Laat alleen ons in het woud wonen, en binnen vijf jaar zal U zien hoe dicht het bos weer is”.

Elias Kimaiyo kijkt nerveus om zich heen. De Keniaanse minister van Milieu noemde de Sengwer activisten eerder “criminelen”.

Hij wil weten of boswachters me naar Eldoret achtervolgden. “Ik hoop dat ze niet weten waar ik ben. Die huldiging was prachtig maar zoals de zaak nu is kan ik niet meer naar huis. Ik ga ondergronds en heb mijn telefoon uitgezet. De geheime dienst is naar me op zoek en wil me elimineren. Ik leef in een soort oorlogssituatie.”

koeien aan rand woud
koeien aan rand woud

Wie zijn de Sengwer?

De Sengwer tellen volgens activist Elias Kimaiyo nog ongeveer 30 000 zielen. Ze stammen af van de eerste mensen in Afrika, de jagers en verzamelaars. Zij waren er vóór de vee nomaden en de landbouwers. In het Congowaterbekken is nog veel woud en daar wonen, hoewel net als de Sengwer bedreigd, de pygmeeën. Andere bekende voormalige jagers en verzamelaars in Kenia zijn de Ogiek in het Mau woud.

De Sengwer zijn officieel in Kenia niet erkend als stam en worden geclassificeerd onder de Marakwet.

Dit verhaal verscheen op 2 februari in NRC Handelsblad.

Alle foto’s Ilona Eveleens

Brengt vrijlating politieke gevangenen Ethiopië de lente?

Merera Gudina

Vanochtend is de prominente Ethiopische oppositieleider Merera Gudina vrijgelaten. Hij is de eerste van een grote groep dissidenten die de regering laat gaan. Is dit het begin van een politieke lente in Ethiopië of is het regime in zijn genen zo autoritair dat hervorming onmogelijk is?

In Ethiopië val je gemakkelijk uit de toon en beland je in de gevangenis. Oppositieleider Merera Gudina werd eind 2016 in de beruchte gevangenis Makelawi in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba opgesloten. Want hij had in Brussel een vergadering van het Europese parlement bijgewoond met tegenstanders van het Ethiopische regime, zoals de gevluchte Olympische hardloper Feyisa Lelisa. Merere Gudina leidt het Oromo Federalistische Congres en zijn rechterhand is Bekele Gerba. Hij werd onder de draconische antiterrorisme wetten gevangengezet nadat hij in Washington had gepleit voor geweldloos verzet en democratische verkiezingen.

Continue reading →

The Last Male Standing

KeniaDEC2017_DSCF3753

Hij ligt te puffen in een modderplas. Bij zijn derrière borrelen luchtbellen uit zijn gistende maag en uit zijn neusgaten ontsnappen diepe zuchten. Sudan is al 44 jaar, een forse leeftijd voor een neushoorn. „Nog even en hij sterft”, vertelt Zacharias bedroefd, een van zijn permanente bewakers. „Sudan is mijn vader en broer, Sudan is mijn beste vriend.”

Sudan is de laatste van zijn soort, het enige nog levende mannetje van de noordelijke witte neushoorn. Moeizaam komt hij overeind, glijdt uit, dreigt te vallen en staat weer op. De last male standing .

Met verdriet en medelijden volgt de Nederlandse documentairemaker Floor van der Meulen hem, voor een film die gepland staat voor begin 2019. „Wat is er zo aantrekkelijk aan uitroeiing, die vraag stel ik in de film The last male standing . Waarom willen mensen uit de hele wereld Sudan ontmoeten”, vraagt Van der Meulen zich af. „Wat zegt dat over ons mensen?”

Van der Meulen maakte eerder films over Syrië, zoals Paradijsbestormers en Greetings from Aleppo*. Haar nieuwe fascinatie geldt deze neushoorn, die ze nu al twee jaar volgt.

„Ik zag een foto in de krant waar Sudan op de savanne staat met vier gewapende rangers om zich heen, zijn eigen persoonlijke bodyguard-team. Waarom moet zo’n groot en machtig en gevaarlijk dier beschermd worden door vier gewapende mannen? Dat is de wereld op zijn kop.”

Continue reading →

Soelaas zoeken in Ambazonia

Gemarginaliseerde Afrikanen zoeken soelaas in afscheiding. In Kenia, Nigeria en Zambia steken separatistische sentimenten opnieuw de kop op. In Cameroun zag dit jaar een afscheidingsbeweging het licht die strijd voor de staat Ambazonia. Net als bij eerdere pogingen tot afscheiding op het door zijn onnatuurlijke grenzen geplaagde continent, leidt het conflict in Cameroun tot vluchtelingen, tot ingesleten standpunten en draconische repressie.

Al decennia slepende onvrede in het Engelssprekende westelijke gedeelte van het verder francofone Kameroen kwam dit jaar tot uitbarsting. President Paul Biya(35 jaar aan de macht) escaleerde het conflict in de afgelopen weken door eerst zijn opposanten in de regio “terroristen” te noemen en vervolgens een militair offensief te beginnen om de nieuwe rebellen uit te roken. De kans dat het conflict zich daardoor juist uitbreidt is aanzienlijk.

Duizenden naar Zuidoost Nigeria gevluchte bewoners van Cameroun vertellen over martelingen, verkrachtingen en executies van burgers door soldaten en politieagenten. De westelijke regio grenst aan een al even instabiele streek in Nigeria waar Nigeriaanse rebellen en criminelen vechten voor een groter aandeel in de olie-inkomsten. Er is dus geen gebrek aan wapens en daarmee bestaat het potentieel voor een grootschaliger conflict.

Biya’s militaire aanpak van het conflict tussen Engels- en Franstalig Cameroun kwam na een poging van Engelstalige activisten om op 1 oktober de onafhankelijke staat Ambazonia uit te roepen. De ordetroepen schoten toen tenminste veertig demonstranten dood, soms vanuit helikopters. Gefrustreerde jongeren grepen naar de wapens; bij bomaanslagen en schietpartijen de afgelopen weken doodden zij tenminste tien soldaten.

Na de compromisloze reactie van de overheid, na lukrake huiszoekingen en arrestaties, na wraakacties en de maandenlange afsluiting van het internet, ontstond er een afscheidingsbeweging. De vicieuzere cirkel begon. Als reactie op de eerste gewapende acties van deze groep zette de regering massaal het leger in en breidde operaties uit van de grote steden Bamenda en Buea naar de dichtbeboste berggebieden langs de grens met Nigeria. Volgens berichten zou het leger militaire operaties uitvoeren rond de stad Mamfe. Inwoners vrezen dat met dit offensief een burgeroorlog is begonnen.

Het conflict is niet tribaal. In de streek wonen vele kleine stammen. Wat hen verenigt is de afkeer van het goeddeels Franssprekende deel van Kameroen. Engelstalige bewoners klagen dat hun Franssprekende landgenoten altijd een streepje voor hebben. De oorsprong ligt in de koloniale tijd. Het protectoraat Cameroun ontstond in 1884, toen de Duitse regering met stamhoofden langs de kust een verdrag sloot. Na de Eerste Wereldoorlog werd het land verdeeld tussen Frankrijk en Engeland.

De koloniale machten bestuurden hun gebied elk op eigen wijze. Mede daardoor voelden de bewoners van het Engelstalige gedeelte zich anders dan de Franssprekenden. Maar de verschillen lijken te klein als argument voor een onafhankelijke staat. Vermoedelijk wil de meerderheid van de Engelstalige bewoners meer autonomie in een federale staat, zoals Cameroun vroeger was.

In Afrika, waar regeringen de koloniale grenzen respecteren, hebben recent onafhankelijk geworden staten niet geleid tot vrede maar oorlog. Eritrea werd in 1991 onafhankelijk, Zuid Soedan in 2011. Vlak bij Ambazonia in Nigeria ligt de andere schijnstaat Biafra. Tussen 1967 en 1970 stierven daar meer dan een miljoen burgers bij een strijd voor onafhankelijkheid.