Als Afrika achterblijft bij de bestrijding van corona, geeft dat mutaties van het virus de wind in de rug

Nairobi/Songa Rota

‘Zonder werk ga je hier dood”, zegt Martin Maina (38) in de sloppenwijk Kibera in de Keniaanse hoofdstad Nairobi. Leunend tegen de aarden muur van zijn huisje vertelt hij hoe hij vorig jaar, tijdens de eerste coronagolf, niet alleen zijn baan in een bar verloor, maar ook nog eens tuberculose kreeg en ernstig ziek werd. „Mijn einde leek in zicht. Ik kon niet meer op mijn benen staan, de buurtkliniek was gesloten en ik had geen geld om naar een ziekenhuis te gaan.” Een bed en een plastic stoel zijn Martins enige bezittingen.

Een goede Samaritaan, werkzaam in de gesloten buurtkliniek, redde Martin, bracht hem naar het ziekenhuis, gaf hem medicijnen, 25 euro voor de maandelijkse huur en zelfs een matras. Hij kreeg ook geld om naar het openbare toilet in Kibera te kunnen, want hij woont zo dicht bij een druk steegje dat hij niet, zoals hier vaak de gewoonte is, zijn behoefte in een plastic zak kan doen en die over de schutting werpen.

Martin Maina

 

Martin gaat nog altijd naar de inmiddels weer geopende kliniek om zijn medicijnen te halen. Hij moet dan springen over een met afval gevuld stroompje, langs vrouwen die kleren over de lijn hangen. Kleuters poepen in het water achter een kluit plastic.

Martins barmhartige Samaritaan was de dertiger Sarah Chandi, hoofdverpleegkundige van de buurtkliniek en daar belast met de tbc-bestrijding. „Door corona zijn we veel tbc-patiënten uit het oog verloren”, vertelt ze. „Door tuberculose sterven jaarlijks dertig- tot veertigduizend Kenianen, veel meer dus dan door corona. Mensen met een kuchje zijn bang om naar de kliniek te komen, uit angst te worden aangezien voor coronapatiënt en zich moeten isoleren. Alleen al in deze kliniek is het aantal testen gehalveerd. Ik vraag me soms af waarom corona zoveel meer aandacht krijgt dan tuberculose, want dat is nog steeds de grootste epidemie in Afrika”.

Grote tegenslag

Niet alleen het Keniaanse zorgsysteem staat onder druk door Covid, ook elders in Afrika is dat het geval. Volgens cijfers van het Global Fund, het wereldfonds ter bestrijding van aids, malaria en tbc, is corona de grootste tegenslag in twintig jaar voor de strijd tegen deze oudere, endemische epidemieën.

In 2020 werden er in Afrika 22 procent minder hiv-testen gedaan, wat neerkomt op dertig miljoen mensen die niet zijn getest op hiv. Het aantal mensen dat is getest en behandeld voor tuberculose, daalde met 18 procent, oftewel ongeveer een miljoen onbehandelde patiënten sinds 2020.

Kenia maakte een goede start toen in maart vorig jaar de eerste coronagevallen, afkomstig uit Europa, werden gesignaleerd. Het land ging op slot en Nairobi ging in lockdown. Maar het ontbrak de overheid aan middelen om deze maatregelen strikt te handhaven. Via wat in het Kiswahili ‘rattenroutes’ heet, wisten tienduizenden inwoners uit de hoofdstad te ontsnappen, en brachten corona naar het platteland. En daar heeft de overheid veel minder greep op wat de bevolking doet.

Epidemieën komen keihard aan

Songa Rota, een dorpje in West-Kenia bij het Victoriameer, is zo’n plek waar epidemieën keihard aankomen bij de goeddeels arme bevolking. Dat is al zo sinds hiv: ruim 16 procent van de bevolking is hier positief.

In Songa Rota is de grond vruchtbaar. Reigers pikken er in de rijstvelden, ibissen krassen om aandacht. Maar voor de net bevallen Maureen (24) voelde het „alsof ik in de hel was beland”.

Ze doet haar verhaal onder de avocadoboom bij de kliniek, een langgerekt gebouw aan de rand van het gehucht. „Ik voelde me zo onzeker tijdens mijn zwangerschap. Eerst kon ik niet naar de kliniek en later durfde ik er niet meer naartoe.”

Ruim 8 procent van de kinderen wordt in Songa Rota met hiv geboren, veel hogere percentages dan elders in het land. Vorig jaar werd er in Songa Rota een toename waargenomen van 8 tot 10 procent van overdracht van hiv van zwangere moeders naar hun baby’s. „Wat zal er van mijn baby worden?”, piekert Maureen, die zelf hiv-positief is.

een community health worker

De kordate Auma Apull (54) werkt als vrijwilliger in Songa Rota. „Toen corona kwam, konden hiv-positieve bewoners hun medicijnen niet meer ophalen. Ik heb zoveel bereikt met mijn werk de afgelopen jaren, en ik zie het nu allemaal kapotgaan”, zegt ze treurig.

Ze gebaart naar Maureen. „Ik mocht haar niet bezoeken, want iedereen moest thuisblijven. Mijn passie is om mensen te helpen. Eerst dachten we dat tbc de grootste epidemie was die ons ooit zou treffen. Toen kwam dertig jaar geleden hiv. En nu weer corona. Iedereen is bang en denkt: ‘Komt hier ooit een einde aan?’”

Kenia telt ruim 86.000 vrijwilligers in de gezondheidszorg, doorgaans van middelbare leeftijd, zoals Auma Apull. Ze krijgen een mager salaris van omgerekend 25 euro per maand en trekken daarvoor langs de huizen in krottenwijken en op het platteland om te controleren op allerlei ziektes. Hun enige uitrusting is een paraplu en een opschrijfboekje.

Slechts 27 procent van de zorgverleners in Afrika is volledig ingeënt tegen corona, waardoor het grootste deel van de beroepsbevolking in de frontlinie tegen de pandemie onbeschermd blijft, blijkt uit voorlopige cijfers van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). „In het begin van corona hadden we zelfs geen plastic handschoenen, mondkapjes en vloeibare zeep.”

Het dichtgooien van een arme, informele maatschappij als de Keniaanse om corona in te dammen, leidde paradoxaal genoeg ook tot gezondheidsschade. Mensen werden beroofd van hun inkomen, huiselijk geweld nam toe. Omdat de scholen dicht gingen, liepen schoolmeisjes meer risico op verkrachting en daardoor vond volgens Keniaanse kranten een toename van hiv-infecties plaats onder schoolkinderen.

Marylene Akinyi (24) knuffelt onder de avocadoboom haar drie maanden oude baby, Princes Sasha, genoemd naar de dochter van ex-president Obama, wiens vader in West Kenia werd geboren. „Ik werd zwanger omdat de school dicht ging”, zegt ze met een dun stemmetje. Zenuwachtig plukt ze aan de draden van haar gerafelde muts. „Mijn vriendje, dat voor me zorgde, bezwangerde me, maar nu wil hij niets meer van me weten. Hij heeft mijn leven kapot gemaakt”.

Afrika is meer gewend aan epidemieën dan Europa. Het weet hoe het die moet bestrijden, maar heeft niet altijd de middelen en de infrastructuur om dit snel te doen. En dat houdt een risico in, benadrukt Tobias Rinke de Wit, hoogleraar moleculaire biologie bij de Institute of Global Health van de Universiteit van Amsterdam.

Al jarenlang doet hij onderzoek naar hiv in Afrika, ook in West Kenia. Als het continent achterblijft bij de bestrijding van corona, geeft dat mutaties van het virus de wind in de rug, zegt hij – zeker bij mensen met verzwakte immuunsystemen, zoals hiv-patiënten. „Door een verzwakt immuunsysteem kan het coronavirus versneld muteren in een hiv-patiënt.” Net als bij hiv/aids destijds, loopt Afrika nu ver achter bij de bestrijding van corona. Zes procent van Afrika’s inwoners is nu gevaccineerd, tegenover ongeveer 70 procent van de inwoners van rijke landen. De oorzaken zijn velerlei. Gebrek aan vaccins speelt nog altijd een rol, ook een tekort aan de juiste injectienaalden of het feit dat landen geen adequate vaccinatiecampagnes hebben opgezet. Gedoneerde vaccins zitten soms zo dicht tegen de vervaldatum aan dat landen ze moeten vernietigen.

„Bij de aids-epidemie in de jaren negentig duurde het vele jaren voordat de medicijnen beschikbaar waren, lang nadat iedereen in het rijke Westen ze had kunnen krijgen”, zegt Tobias Rinke de Wit. Het heeft eraan bijgedragen dat Afrika nu ongeveer 24 miljoen aidsdoden telt. Rinke de Wit: „Je ziet nu met corona dat dezelfde fouten worden gemaakt.”

Marylene Akinyi en haar baby Princess Sasha

 

Alle foto”s van Bernard Otienno/Global Fund.

Dit verhaal werd eerder gepubliceerd in NRC Handelsblad op 1 december 2021

Schrijf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *