Besprekingen

De Vloek van de Nijl
De Vloek van de Nijl

‘De Vloek van de Nijl’: meesterlijk, eerlijk en ontluisterend

In oktober 2014 kwam mijn boek De Vloek van de Nijl uit, een boek over meer dan 150 jaar uitbuiting van Zuid Sudan, een boek over Arabisch racisme in zwart Afrika, een boek over een vijftig jaar lange en mislukte bevrijdingsstrijd. Een boek geschreven van binnenuit, met verhalen over mensen, om de problematiek van een van de meest gewelddadige en minst bekende delen van Afrika zichtbaar te maken.

De Vloek van de Nijl kreeg goede recensies in Nederland en België en werd genomineerd voor de Bob den Uyl prijs. Zoals mij bij mijn drie eerdere boeken al bleek, verscheen de zuurste bespreking in mijn eigen krant NRC-Handelsblad, door een recensent die vertelt hoe hij het boek zou hebben geschreven. Een meer oprechte beschouwing verscheen bij de Volkskrant.

Hieronder enkele citaten en daaronder enkele besprekingen

-De Volkskrant

Waarschijnlijk is er geen westerse journalist die de conflicten en rampen in Zuid-Soedan zo lang en van zo dichtbij heeft gevolgd als de NRC-correspondent Lindijer.

Hij beschrijft het meesterlijk, eerlijk en ontluisterend. Persoonlijk ook, al vraag je je wel af wat zijn dierbaren in Nairobi hier nu eigenlijk van vonden, dat vertelt hij dan weer niet.

Hij doorstond ontberingen, waaronder lange marsen in de hitte door de wildernis met guerrillastrijders, en liep groot gevaar in een streek waar voor gewonden geen medische hulp in de buurt was. Hij beschrijft het laconiek, het stelde weinig voor in vergelijking met het lot van de inwoners van dit enorme gebied.

-Nederlands dagblad

Treffend weet correspondent Koert Lindijer de sfeer van Afrika te beschrijven in het door geweld verscheurde hartland Sudan/Zuid-Sudan. In de Vloek van de Nijl rijgt hij warme verhalen aaneen, pikt moeiteloos tafereeltjes en anekdotes op om de juiste toon te treffen, maar neemt in zijn beschrijvingen tegelijk het onophoudelijke geweld en politieke gekonkel mee die samen Noord- en Zuid-Sudan al decennialang teisteren.

-NRC-H

Lindijers boek leest als een trein

-Literaire websites:

De vloek van de Nijl is een diep ontluisterend boek dat empathische lezers bij de keel zal grijpen. Alleen een ingesteldheid die het midden houdt tussen afstand en betrokkenheid kan een uiterst nauwkeurig, gedetailleerd en verhelderend boek opleveren als De vloek van de Nijl. Koert Lindijers stijl zoekt de breedte én de diepte op. Zijn oneliners zijn vaak beschouwende pareltjes!
En wanneer de letters geschreven zijn, is het prima herbronnen op het erf in Nairobi!

-Afrikanieuws

Lindijer is een goed observator en hij ondergaat de oorlog ook daadwerkelijk door met de zuidelijke bevrijdingsbeweging SPLA (Sudan People’s Liberation Army) op pad te gaan, de bush in.

De recensies:

Zuid-Soedan is eng, absurdistisch en ook fascinerend

Door: Wim Bossema 4 december 2014

RECENSIESPIEGEL de Volkskrant

  • Koert Lindijer: De vloek van de Nijl. Gestrand in de oorlog van Sudan. Met fotokatern door Petterik Wiggers –Het had een sprookjesachtig verhaal kunnen worden: hoe alles toch nog goed kwam na een uitzichtloze broederstrijd. Maar voordat Koert Lindijer klaar was met zijn kroniek van een kwart eeuw geweld en gekonkel in Zuid-Soedan gevolgd door een vredesakkoord en onafhankelijkheid, begon het vechten, moorden, verkrachten en plunderen van voren af aan. Vergeet ‘en ze leefden nog lang en gelukkig’ maar weer.Zo gaf de geschiedenis dit bijzondere boek een gedoemde lading mee. Mooi voor een verhaal als het einde een terugkeer naar het begin lijkt – net als bij Lindijers eerste bezoek in 1980 zet een nieuwe spiraal van geweld zich in beweging in 2014 – maar verschrikkelijk voor de Zuid-Soedanezen en voor de auteur die een zwak voor hen heeft.Waarschijnlijk is er geen westerse journalist die de conflicten en rampen in Zuid-Soedan zo lang en van zo dichtbij heeft gevolgd als de NRC-correspondent Lindijer. Al meteen bij het eerste bezoek in 1980 raakt hij in de ban van het even kluchtige als wrede leven in een van de meest afgelegen oorden in Afrika. Als illegale bezoeker wordt hij in de stoffige ‘hoofdstad’ Juba gearresteerd op verdenking van wapensmokkel. Vele dagen moet hij wachten op zijn rechtszaak, slenterend en kletsend met inwoners. ‘Mijn eerste grote wachten in Soedan was begonnen.’ Tot slot wordt hij tot deportatie veroordeeld en kan hij weg.Steeds weer zou Lindijer teruggaan vanuit zijn woon- en standplaats Nairobi, de hoofdstad van buurland Kenia. Aanleidingen genoeg: nieuwe offensieven van het regeringsleger uit het noorden, of successen van de bevrijdingsbeweging SPLA onder leiding van de charismatische en autoritaire John Garang, dan weer afsplitsing en een strijd die ontaardt in etnische afrekeningen tussen volkeren in Zuid-Soedan en de steeds maar weerkerende hongersnoden en humanitaire rampen met ontheemden en mensenrechtenschendingen. Maar ook vaak ging Lindijer zonder duidelijke aanleiding, gewoon om te kijken hoe het ermee stond en dat aan zijn lezers te vertellen. Zuid-Soedan was voor hem een belangrijke kwestie al die 35 jaren.

    Waarom Zuid-Soedan Lindijer meer zijn greep had dan al die andere landen en conflicten in Afrika waarover hij in zijn lange carrière als Afrika-correspondent rapporteerde, blijft gissen, ook na lezing van dit boek.
    Hij doorstond ontberingen, waaronder lange marsen in de hitte door de wildernis met guerrillastrijders, en liep groot gevaar in een streek waar voor gewonden geen medische hulp in de buurt was. Hij beschrijft het laconiek, het stelde weinig voor in vergelijking met het lot van de inwoners van dit enorme gebied.

    Het was ook niet de roekeloosheid van een enthousiaste student: in 2011 vloog Lindijer (1953) naar rebellengebied in de Nuba Bergen (net buiten het zojuist onafhankelijk geworden Zuid-Soedan) en zat er weken vast, omdat geen hulpvliegtuigje er meer durfde landen. Hij raakt van de verveling in een roes. ‘Wilde ik hier eigenlijk nog wel weg?’

    Hij beschrijft het meesterlijk, eerlijk en ontluisterend. Persoonlijk ook, al vraag je je wel af wat zijn dierbaren in Nairobi hier nu eigenlijk van vonden, dat vertelt hij dan weer niet.

    Ik snap wel iets van de fascinatie van Koert Lindijer voor Zuid-Soedan. Ik was er maar één keer en maar kort, in 1991?. Het was een van de vreemdste oorden die ook ooit heb gezien, het leek een absurdistische film met bizarre personages. Ik zag ook de naakte dorpsgek van Kapoeta, die Lindijer zo levendig beschrijft. Of het was een andere naakte dwaas, dat kan ook, er zijn er vele in Zuid-Soedan. In het SPLA-kamp in het plaatsje Nasir trof ik de vreeswekkende commandant Gordon, een veteraan uit een eerdere opstand nog voor 1980. En de charmante Riek Machar met een Brits verleden en zijn jonge, lange Britse vriendin, Emma McCune, die later bij een auto-ongeluk zou omkomen en over wie een mooi boek is geschreven. Machar greep de gelegenheid van een stroom repatrianten die massaal VN-hulp gingen krijgen aan om voor zichzelf te beginnen en scheidde zich af van Garang waar we bij stonden. Nooit heb ik in zo’n korte tijd zoveel leugens en fantastische verhalen gehoord en zoveel gekonkel gezien. Ja, Zuid-Soedan is eng en ook fascinerend.

    Lindijer maakte Machar veel vaker mee en hij zet hem krachtig neer in zijn zeer uiteenlopende rollen van rebel, tot collaborateur met Khartoum tot vicepresident tot opnieuw opstandelingenleider zonder scrupules. Ook de andere hoofdrolspelers kan Lindijer uit eigen waarneming beschrijven en typeren.

    Hij is zo ingevoerd in de loop der jaren dat hij ook de geheimen uit de doeken kan doen, zoals die over de Lost Boys, beschreven door Dave Eggers in What is the What. Zielige wezen die honderden kilometers door de bush moesten lopen op zoek naar redding? Deels waar, maar ook waar is dat de meesten kindsoldaten van Garang of Machar waren die in vluchtelingenkampen met westerse hulp werden opgelapt en weer teruggingen naar de strijd en de oorlogsmisdaden.

    Lindijers favoriete personage is Peter Adwok Nyaba en ook zijn vrouw en kinderen. Hij beschrijft hun leven als tekenend voor de hele geschiedenis van (Zuid-)Soedan. Lindijer leerde hem in 1983 kennen, Peter Adwok Nyaba was toen hoogleraar aan de universiteit van Juba. Het werd een vriendschap van jaren.

    Peter sloot zich aan bij het SPLA en verloor een been bij een gevecht. Hij maakte de vele perikelen van binnenuit mee en deelde in de euforie over de bevrijding na het vredesakkoord. Hij was korte tijd minister, maar raakte weldra in onmin met president Salva Kiir, die hem na het uitbreken van de nieuwe burgeroorlog met Machar een tijdje gevangen hield en daarna onder huisarrest plaatste.

    Ach, zei Peter: ‘Dat is beter dan vroeger in een diepe kuil’. In 1989 was hij al eens door Garang gevangen gezet, die wilde afrekenen met linkse intellectuelen in zijn SPLA en hun kritiek. Zulke onvermurwbare vrienden zijn vast een goed middel tegen moedeloosheid. Peter Adwok Nyaba maakt iets begrijpelijker waarom Koert Lindijer zo verknocht is aan dit hopeloze oord.

    ————————————————————————————————————————-

     ‘Onze dag van bevrijding komt nooit wanneer we nu geen mensen opleiden.’

    (Kizito Odohu)

    Hoe kan een gebied dat rijk is aan olie, landbouwgronden en water in de tang genomen worden door een uitgedroogde buurregio?
    Dat is één van de basisvragen waarop De vloek van de Nijl je een antwoord geeft.

    Noord- en Zuid-Sudan verhouden zich al enkele eeuwen als kat en hond. De ellende begon toen blanken en Arabieren de donkere zuiderlingen tot slaven maakten en ze in Europa en op het Arabische schiereiland te koop aanboden. Toen bij de onafhankelijkheid in ’56 het centrum van de macht in Khartoum kwam te liggen, werden de zwarte Afrikanen paria’s in eigen land. Hoewel ze zelf ook een mengvolk zijn, gedragen de Noord-Sudanezen zich tot op de dag van vandaag als arrogante racisten.

    Uit zoveel ongelijkheid kon alleen maar oorlog ontstaan. Tientallen jaren lang bestookten de strijdende partijen elkaar. De prijs die het achtergestelde zuiden betaalde was torenhoog: enkele miljoenen doden en vluchtelingen, de verspreiding van middeleeuwse ziektes, honger, het uit elkaar vallen van traditionele structuren, een hele generatie die het boerenvak niet geleerd had en voor wie oorlog voeren een identiteit was geworden.

Dit noodlottig resultaat is trouwens niet enkel op het conto van de noorderlingen te schrijven. Er is ook de oorlog binnen de oorlog. Omdat het overkoepelende rebellenleger SPLA ten prooi viel aan clan-denken en egotrippende leiders, hadden (en hebben) er gewapende conflicten binnen Zuid-Sudan plaats. Minstens even betreurenswaardig is dat dit boerenleger van analfabeten niet in staat was om in bevrijde gebieden een bestuursnetwerk uit te bouwen. Erger nog: ze bezondigden zich aan veeroof, het afromen van buitenlandse hulp, het onder dwang recruteren van kindsoldaten. Bij ‘het verbeteren van het lot’ dachten rebellenleiders enkel aan zichzelf… en hun villa in Kenia. Als het zuiden in 2011 eindelijk onafhankelijk wordt, is er dan ook bitter weinig te vieren!

De vloek van de Nijl is een diep ontluisterend boek dat empathische lezers bij de keel zal grijpen. Je volgt een samenleving waar de, toch al erg dunne, bodem helemaal uit wegvalt, waar wapens, machtswellust, graaicultuur en onkunde over burgers heersen. Je hoort de kwetsbaren roepen zonder gehoord te worden. Je ziet dat de weinige studenten die Zuid-Sudan rijk is, in plaats van zich voor te bereiden op bestuursfuncties, uit gewetensnood voor het gewapende verzet kiezen. Je betreurt dat de wijdverbreide geplogenheid ‘één lijn, één chef’ het haalt bij de compromis- en consensushouding. Andersdenkenden worden in de Afrikaanse politiek hardhandig opzij geschoven. ‘Zowel in het noorden als in het zuiden waren alle andere politieke groeperingen uitgesloten’, schrijft Koert Lindijer. Ook binnen de toonaangevende groeperingen geldt eenzelfde autoritaire cultuur.

Hoewel ontmoetingen met universiteitsprofessor Peter Adwok Nyaba, jurist Godfrey Bulla, die veel burgermoed toont, en Joseph Lagu, die je inwijdt in de provisiekamers van de bush, je geloof in de mensheid een prettige boost geven, kun je weinig soelaas vinden in dit verhaal. ‘Oorlog is gewoon, vrede een uitzondering langs de Nijl,’ moet de auteur toegeven. Toch vraag je je af hoe ook hij zich staande houdt tussen irritante Moslimbroeders, omhooggevallen commandanten, rondcirkelende Antonovs, bladeren etende dorpelingen, getraumatiseerde vrienden… bij de teloorgang van een hele wereld.

In het laatste hoofdstuk geeft hij een mogelijk antwoord:
‘De blik moet op oneindig, het gevoel in stand-by positie.
Alleen een ingesteldheid die het midden houdt tussen afstand en betrokkenheid kan een uiterst nauwkeurig, gedetailleerd en verhelderend boek opleveren als De vloek van de Nijl. Koert Lindijers stijl zoekt de breedte én de diepte op. Zijn oneliners zijn vaak beschouwende pareltjes!
En wanneer de letters geschreven zijn, is het prima herbronnen op het erf in Nairobi!

Quotering: *****

AfrikaNieuws

Miriam Grootscholten.

Afrika-correspondent Koert Lindijer reist al dertig jaar naar Sudan. In dit boek beschrijft hij de chronologie van de oorlog. Wat begon als een ideologische strijd tussen de islamitische Arabieren in het noorden en de zwarte christelijke bevolking in het zuiden, veranderde in een oneindige machtsstrijd om olie en overheidsgeld.

De kiem van de conflicten in Sudan ligt feitelijk in de slavenhandel. Begin negentiende eeuw stuurde de Egyptische onderkoning Muhammed Ali legers naar Sudan om slaven en goud te halen. Deze praktijken gingen lang door, zelfs na de officiële afschaffing van de slavernij. De haat van de zwarte Zuid-Sudanese bevolking tegen de Arabieren die zich in het Noorden vestigden, werd hier gezaaid. Tegelijkertijd is hierin de oorsprong van de minachting van de Arabieren voor hun zwarte zuiderburen te vinden. Dat deze gebieden door de Britten zijn samengevoegd tot één land is geen geweldige zet geweest. Zelfs de huidige Noord Sudanese president Bashir zegt nog dat de zwarte zuiderlingen moeten worden `gedisciplineerd door de stok’.
Koert Lindijer is correspondent voor oa. NRC en woont sinds 1983 in Nairobi. Naast zijn journalistieke werk publiceerde hij eerder de titels `Bittereinders’ , `Terug naar Rwanda’ en `Kraal in Nairobi’. Sinds 1980 reist hij met tussenpozen naar Sudan. Lindijer is een goed observator en hij ondergaat de oorlog ook daadwerkelijk door met de zuidelijke bevrijdingsbeweging SPLA (Sudan People’s Liberation Army) op pad te gaan, de bush in. Zo stuit hij op een gegeven moment op de immense stroom mensen die onderweg zijn. De vele jongens in die groep blijken de zo genoemde `Lost Boys’ op wie Dave Eggers zijn boek `Wat is de wat’ baseerde. Later verneemt Lindijer dat deze jongens niet allemaal op de vlucht waren, maar dat velen onderweg waren naar trainingskampen van het SPLA. Zij zouden opgeleid worden om als soldaat te vechten en de persoon die dit vertelt en zelf een van de jongens was, zegt dat ze daartoe ook zeker bereid waren: de haat tegen de Arabieren was zo groot dat die ook door de jongere jongens werd gevoeld. John Garang, lang leider van het zuidelijke SPLA, heeft altijd ontkend kindsoldaten in te zetten.
Lindijer beschrijft het beklemmende gevoel dat hij krijgt bij achtergelaten dorpen en vluchtelingenkampen; de aanwezigheid van de bewoners is nog bijna tastbaar en de aanblik is schrijnend. Als hij na het versturen van een reportage niet meer weg lijkt te kunnen vanuit het gebied waar hij zich bevindt, komt het allemaal wel heel dichtbij. Het vliegtuig dat hem zou ophalen komt niet en met een paar lotgenoten belandt hij in het grote niets. Hij kan nergens heen, er is geen eten en drinken en de gekte ligt op de loer. Als het klopt dat in zo’n situatie iemands ware aard naar boven komt dan is het duidelijk dat Koert Lindijer zich onder de `Letterheren’ kan scharen: zijn behoefte aan leesvoer en schrijfpapier is bijna evenzo groot als die aan water en voedsel.
De toon van het boek is ondanks de zwaarte van het onderwerp vrij licht. Er valt ook nog wel wat te lachen, bijvoorbeeld wanneer hij zich in een vliegtuig vol nonnen en een Mariabeeld bevindt. Lindijer stelt zich alleen kritisch op als hij vindt dat hij recht van spreken heeft; de oorlog zit zo diep in het land en in de mensen dat het moeilijk is daarover te oordelen. Beter is het om het verhaal objectief te vertellen. Keiharde kritiek komt er op de hulpverlening tijdens de grootste voedselhulpoperatie uit de geschiedenis: Operation Lifeline Sudan. De VN maakte er een grote show van, inclusief artiesten en bombast. Er werd een enorm resort gebouwd waar hoeren en bier in grote voorraad aanwezig waren. Ook de kampong van Unicef had elektriciteit, stromend water, een wasserij, satelliet-tv en driegangen maaltijden. De uitgaven voor luchtvervoer en het onderhoud van hulpverleners was vele malen hoger dan die van de medicijnen, voedsel en andere hulpmiddelen die men moest verspreiden. Niet verwonderlijk dat een van de piloten van de VN Lindijer toevertrouwt de `tijd van zijn leven’ te hebben. Hoe het ooit vrede moet worden in dit grote land blijft een vraag. Het einde van deze oorlog laat nog lang op zich wachten.
De Vloek van de Nijl, Koert Lindijer. Uitgeverij Atlas Contact € 19,99

———————————————————————————————————-

 

 

IS KOERT LINDIJER DE HEDENDAAGSE WILFRED THESIGER?

 

Koert Lindijer, met foto’s van Petterik Wiggers
U
itgeverij Atlas Isbn 90 450 0555 7  

SPEURTOCHT NAAR OUDE AFRIKAANSE CULTUREN

24-10-2003 Volkskrant

Thesiger, de ‘laatste ontdekkingsreiziger’ bij de nomadenvolken, overleed in augustus dit jaar. Lindijer begint zijn zojuist verschenen boek Bittereinders, over het nomadenleven in Afrika, met een gesprek met zijn hoogbejaarde voorganger.

Lindijer voelt zichzelf een moderne nomade, alleen gelukkig als hij onderweg is voor zijn krant, NRC Handelsblad – al twintig jaar in Afrika. Hij is op zoek naar geestverwanten, een romantische onderneming. Maar helaas: de nomadenculturen die Thesiger beschreef, bestaan nauwelijks meer.

Al meteen in het begin – Lindijer heeft zijn woonplaats Nairobi, de hoofdstad van Kenia, nog maar nauwelijks verlaten – gaat het mis. Hij treft de Masai-leider Ole Timoi, die een gewiekst overlegger met hulporganisaties blijkt. Éen van de vele tekenen dat de Masai niet aan de moderne tijd ontsnappen, dat het eens trotse volk in schijn-authenticiteit leeft.

En zo gaat het met de meeste nomaden die Lindijer bezoekt. In het noorden van Kenia is het leven van de Wuaso Boran ontaard in banditisme. Krijgers maken de wegen gevaarlijk in het dunbevolkte gebied dat grenst aan het chaotische Somalië. Dat is geen traditie, integendeel, oude regels worden met voeten getreden. ‘In de onmetelijke zandbak vliegen nomaden elkaar steeds frequenter naar de keel.’

In de Sahara treft Lindijer de Tamasheqs (Toearegs), in een armoedige, verloederde staat. De jongeren zijn in opstand gekomen, ze willen een eigen ‘staat’, de Azawad. Maar de bloedige guerrilla heeft hen vervreemd van de ouderen, de gemeenschap is verscheurd. Bij de Karimojong in Uganda zijn de traditionele, streng gereglementeerde veediefstallen verworden tot bloedige roofpartijen door krijgers met kalasjnikovs, sommigen nog maar dertien jaar oud.

De San in Zuid-Afrika en Botswana leiden een treurig bestaan, van hun jachtvelden verdreven en aan de drank geraakt; als ze geluk hebben, kunnen ze souvenirs maken in een project je van een westerse hulporganisatie.

De Somaliërs zijn in meerderheid nomaden, en zij hebben misschien wel de grootste puinhoop van hun land en hun cultuur gemaakt in hun eindeloze onderlinge clanoorlogen met modern wapentuig. In het noorden, dat zich als Somaliland heeft afgescheiden, treft Lindijer voor het eerst iets dat lijkt op een nomaden staat. Met een minister voor Nomadenzaken. Maar het bijbehorende visioen van een moderne nomade doet hem gruwen: hij ‘rijdt in een comfortabele Toyota Landcruiser naast zijn kudde en bezit een draagbare telefoon’.

Uiteindelijk is Lindijer nog het gelukkigst bij de nomaden bij we hij al vele jaren kind aan huis is: de Samburu, het volk van zijn vrienden Lemelem en Kasao. Bittereinders is een mooi boek, door­trokken van verlangen naar een tijd die Lindijer alleen uit oude boeken kent. Maar zelfs in zijn beeld van die tijd komen barsten. Bij de Afar in Ethiopië praat hij over de beroemde beschrijvingen die Thesiger van hun cultuur gaf, maar daar blijkt weinig van te kloppen. Zijn de Afar penishakkers (snijden zij het lid van hun overwonnen vijanden af)? Dat wisten de Afar zelf niet. Het gesprek van Lindijer met Thesiger verliep ook al niet naar zijn verwachting. De oude baas bleek zijn romantische gevoelens en zijn empathie met de nomaden helemaal niet te delen.  Lindijer blijkt geen moderne Thesiger, eerder zijn tegenpool: geen afstandelijke bezoeker in een romantische tijd, maar een romanticus in een harde tijd. Zo schreef Lindijer een melancholische kroniek van het kwijnende bestaan van de Afrikaanse nomaden. Weinig romantisch, maar des te indrukwekkender.

Wim Bossema

 

NOMADEN VAN AFRIKA

Leeuwarder Courant 26-9-2003

“In zijn kraal kan ik uren zitten lullen onder een boom. Een behaaglijk geluk, nergens voel ik me zo thuis als in Samburuland,” lezen we in ‘Btttereinders’ van Koert Lindijer. Wie het vorige boek van deze in Kenia gestationeerde correspondent van NRC Handelsblad heeft gelezen – ‘Een kraal in Nairobi’ – zal dat niet verbazen. Hierin beschrijft hij zijn hechte vriendschap met Lemelen, een lid van de nomadische Samburu. Hij neemt hem zelfs’ mee naar Nederland, wat vele problematische situaties oplevert.

In ‘Bittereinders’ – een Zuid-Afrikaanse naam voor Bosjesmannen, die nu San genoemd worden – staat het Afrikaanse nomadisme centraal. Lindijer beschrijft vooral het leven van veenomaden, maar ook de Bosjesmannen, die geen vee bezitten, zoekt hij in de Kalahariwoestijn op. Wat hij daar aantreft, zijn slechts restanten van de oude levenswijze, die als toeristische koopwaar aan de man worden gebracht. Dat beeld staat in schril contrast met de situatie bij andere nomaden, die zich vaak veel zelfbewuster en strijdbaarder opstellen. Her en der maken zij, mede door de gemakkelijke beschikbaarheidvan geweren, hele streken onveilig: De arme, vreedzame Bosjesmannen zijn altijd het kind van de rekening geweest.

Behalve bij de Samburuen Masai in Kenia, steekt Lindijer zijn licht op in buurlanden als Tanzania, Oeganda en Somalië, en zelfs bij de Toearegs in de Sahara. Daar voelt hij zich als Kuifje, een van zijn favoriete helden, ook een reizende journalist ten slotte. Maar belangrijker dan Kuifje zijn de namen van Wilfred Thesiger, de vermaarde Britse ontdekkingsreiziger die deze zomer overleed, en Bruce Chatwin.

Thesiger vestigde zijn naam met gewaagde reizen door Ethiopië en het Arabisch schiereiland. Hij had zijn hart verpand aan nomadisch levende volken die te midden van een barse natuur met weinig tevreden waren. De Brit had een grote afkeer van de moderne tijd. Wat dat betreft, zat hij op een lijn met de nomaden die ook oerconservatief zijn.

Chatwin legde zijn ideeën over nomadisme neer in ‘The Songlines’ (‘De gezongen aarde’), wat zich als een loflied op deze manier van leven laat lezen. De moderne onrust van de toerist zou hieruit voortvloeien, aan deze oervorm waarmee het menselijk bestaan begon. In zijn nawoord zegt Lindijer Chatwin vooral als een stadsmens te beschouwen, een typtsche vertegenwoordiger van de westerse romantiek.

Op veel plaatsen hebben de veenomaden te lijden onder de opmars van boeren. Ze worden zelfs uit wildparken verwijderd. Juist daar zouden zij, met hun grote kennis van natuur en wilde dieren, een belangrijke rol kunnen spelen. Voorts zouden zij op een eigentijdser manier met hun vee moeten omgaan – ze zouden hun koeien en geiten ook als handelswaar moeten zien, niet alleen als objecten die status geven. Dat laatste is wel gebeurd in Somalië, waar de dieren een belangrijk exportproduct zijn.

Zo is ‘Bittereinders’ een afwisselende en boeiende ommegang geworden door nomadisch Afrika. Zo in het voorbijgaan tikt Lindijer menige voorganger, zoals Thesiger, Chatwin en Laurens van der Post, die een bewonderend boek
over de Bosjesmannen schreef, op de vingers. Want een romanticus wil deze journalist, die een liefhebber is van het werk van Slauerhoff en J.R.R. Tolkien, liever niet genoemd worden.

GERRIT JAN ZWIER

 

Andere boeken:

Een kraal in Nairobi, gepubliceerd 1995

 

 

 

 

 

NRC Handelsblad 22-4-1995

 

 

 

 

Terug naar Rwanda, gepubliceerd in 1997, met foto’s van Bengt van Loosdrecht

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

JOURNALISTEN TERUG NAAR RWANDA

De Journalist 28 november 1997

Koert Lindijer, Afrika-correspondent van NRC Handelsblad, bezocht de onheilsplekken met fotograaf Bengt van Loosdrecht. Samen maakten ze het boek Terug naar Rwanda.

Lindijer volgt in zijn tekst de gebeurtenissen van jaar tot jaar.
Verklarende politieke feiten mengt hij met de van hem bekende heldere journalistieke notities, die overigens voor een deel al eerder in zijn krant verschenen. Hij toont grote belangstelling voor het lot van de ‘gewone’ Rwandees. Ook hij worstelt met de alles overheersende vraag: Hoe kon het gebeuren? Lindijer zelf: ‘Hoe kan het dat Rwandezen massaal een massamoord pleegden, niet door middel van vuurpelotons, maar met knuppels en kapmessen?’ De journalist gaat te rade bij de Rwandezen zelf, maar die maken de vraag wederkerig of hullen zich in een verdoofd stilzwijgen. Het overleefd verleden dragen ze schijnbaar met zich mee als iets onvermijdelijks. Het zijn trauma’s waar een westerling maar moeilijk vat op krijgt.

Maar de Rwandees weet er zelf ook geen raad mee. Niemand heeft immers een genocide van dergelijke omvang eerder meegemaakt. Veel. tijd voor overpeinzing is er bovendien niet. De Rwandezen hebben de slachting overleefd en moeten nu – alleen – verder. Het verdriet, ogenschijnlijk onzichtbaar, is er niet minder om.

Bengt van Loosdrecht bracht na de volkenmoord als diplomaat een jaar door in Kigali, de hoofdstad van Rwanda. Van daaruit reisde hij door het land. Hij nam zijn camera mee. ‘De diepe trauma’s en onherstelbare schade die de Rwandese bevolking zijn aangedaan, zullen wij nooit kunnen bevatten’, schrijft ook hij in zijn voorwoord. ‘Ook met deze foto’s niet.’

De 62 kleurenfoto’s getuigen van grote betrokkenheid, maar Van Loosdrechts beelden missen vreemd genoeg sporen van het drama. Het blijven al te vaak aardige portretjes van vriendelijk en verlegen lachende kinderen. De woorden in ‘Terug naar Rwanda’ maken je stiller dan de foto’s. Het doel is daarmee toch bereikt: Rwanda is niet vergeten.

Frits Baarda

 

 

Koert Lindijer is correspondent in Afrika voor o.a. NRC Handelsblad en het Radio 1 journaal. Ooit verscheen in zijn dromen zijn zwarte moeder die hem meenam over de savanne. Al meer dan twintig jaar vindt hij broederschap bij de Samburu’s in Kenia. Onder hen heeft hij twee bijzondere vrienden. Lonis, leeftijdgenoot, hoeder van de tradities. En Kasao, jonger en een revolutionair in zijn stam. Opgewassen tegen de nieuwe omstandigheden van droogte en overbevolking doordat hij van zijn aangeboren kennis van de natuur zijn vak heeft gemaakt.

Koert, Lonis en Kasao zijn de hoofdpersonen in de documentaire Mijn Zwarte Moeder . Geïnspireerd door de boeken en verhalen van Lindijer ging Fred van Dijk op zoek naar een Afrika dat binnenkort niet meer in deze vorm te vinden zal zijn.

Produktie: Vera de Vries

Recensie, film op TV op 29 maart 2007, door Louise Cornelis

Gisteren was de tweede uitzending van het Afrika-vierluik in Holland Doc op de VPRO-televisie. Dit keer was de camera gericht op een Nederlander, op Koert Lindijer, die woont en werkt als correspondent en schrijver in Nairobi. We zien hem in zijn huis (hij noemt het ‘kraal”) een telefoonbericht over de burgeroorlog in Oeganda inspreken voor uitzending op Radio 1.

Maar dat is maar zijn halve leven. Want waar Corinne Hofmann de blanke Masai was, zo is Lindijer de blanke Samburu: de andere helft van zijn leven is met die nomaden, waarin hij een tweede familie heeft gevonden.
Anders dan Hofmann past het Samburu-leven Lindijer als een tweede huid. Dat was het meest verwonderlijke aan de hele documentaire: Lindijer beweegt zich tussen de Samburu-krijgers en herders alsof hij één van hen is. Hij onthoudt zich er bijvoorbeeld van om het beter te weten dan zij, dus om ze te ‘helpen” of te ‘ontwikkelen”. Daar is al genoeg schade mee aangericht.
Hij accepteert hun manier van leven, ook al ziet hij ook de nadelen ervan. De manier van leven van de Samburu”s staat bijvoorbeeld onder druk door droogte en overbegrazing, en nog steeds gaan maar een paar kinderen naar school. De zoons die herder worden, hoeven dat niet.
Maar de kennis van het gebied, het vee en de natuur van deze mensen is onovertroffen, en die zou veel beter ingezet kunnen worden  als de regering daar maar oren naar had. Maar nomaden zijn marginale groepen. Het is dus maar de vraag of er over een paar jaar nog Samburu”s zijn.
Lindijer leeft zo in twee werelden: in Nairobi met zijn vrouw en kinderen; bij de Samburu”s als één van hun groep. Dat is zijn antwoord op de eenzaamheid en individualisering die hij in Nederland aantrof.

Hij is niet de enige met zo”n dubbelleven, want één van de Samburu”s maakte de omgekeerde overstap: die werkt een deel van het jaar als reisleider voor safari”s. De spagaat tussen traditioneel en modern lijkt hen beiden geen moeite te kosten  en dat werd mooi verbeeld in deze documentaire, die vooral harmonie uitstraalde. De harmonie bijvoorbeeld van rustig wandelende giraffes met op de verre achtergrond in plaats van bergketens wolkenkrabbers…
Lindijer lijkt op zijn plaats in Kenia, en zijn respect en liefde voor de Samburu”s is zichtbaar en voelbaar. Toch liet het me achter met een paar vragen. Wat als Lindijer een vrouw geweest was, zoals de blanke Masai? Is die gemeenschapszin dan nog zo prettig?

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *