De piraterij aan de Somalische kust is bedwongen maar criminelen hebben het tij mee

De Castilla(Foto koert Lindijer)

De admiraal op de schipbrug richt zijn verrekijker op een stipje in de blauwgroene zee. Het Spaanse oorlogsschip de Castilla houdt stil. Speciale eenheden klauteren met een touwladder aan stuurboord naar rubberbootjes op de hoge golven en snellen naar de houten vissersboot. Een ‘vriendelijke toenadering’ heet dit in het jargon van de anti-piraten-operatie Atalanta op de Indische Oceaan. De Somaliërs op de vissersboot steken angstvallig hun handen in de lucht.

Bij het aan boord gaan struikelen de Spaanse soldaten op het dek over een haai en een tonijn en hun schoenen blijven steken in de netten. „We hebben een goede vangst”, verwelkomt hoofdvisser Hamdi Saleh hen. De achtkoppige in sarongs geklede bemanning knikt instemmend. „Dat grote schip van u brengt vrede”, zegt Saleh. Iedereen krijgt een T-shirt met het opschrift van de antipiratenbrigade van de Europese Unie, de Navfor. Ze krijgen ook een fles water en een slof sigaretten.

De vissers raken op hun gemak. De hoofdman klaagt over kiespijn. Een seintje naar het marineschip en er komt een rubberboot aanracen met een tandarts. Hij doet plastic handschoenen aan en inspecteert in de korte stiltes tussen de golven de bruine tanden van de schipper. Daarna schenkt hij hem wat aspirientjes.

De tandarts is aan boord gekomen(Foto Koert Lindijer)
De tandarts is aan boord gekomen(Foto Koert Lindijer)

De vissers steken de ene sigaret na de andere op terwijl de soldaten hen ondervragen. „Ik heb geen piraten gezien”, vertelt Said Musa met een onschuldig gezicht. De Spaanse soldaten knikken tevreden. Want dat is het mandaat van de tien jaar geleden opgerichte marine brigade van de EU: piraten bestrijden die tankers en andere schepen kapen voor losgeld. Nederland zette voor de missie vorig jaar de Rotterdam in. „Er heerst hier zoveel andere onveiligheid”, vervolgt Said Musa. „Op zee ben je aan jezelf overgeleverd, je weet nooit wie de goede en wie de slechte jongens zijn. Misdadigers stelen onze vis, brandstof en pakken onze mobieltjes af”. De EU-brigade heeft geen mandaat om op te treden tegen deze vormen van criminaliteit op zee.

Said Musa verheft zijn vinger om te benadrukken dat hij nu iets belangrijks gaat zeggen. „Treilers uit alle delen van de wereld komen hier onze visgronden leegroven. Ze hebben zware wapens aan boord, ja, soms zelfs machinegeweren”. Een bemanningslid valt hem bij. „Soms laten ze een vergunning zien van de Somalische overheid, maar we denken dat het een vervalsing is. De Somalische overheid zit vol met boeven”. Ook tegen illegale visserij kan de Castilla niet optreden.

Geen kustwacht

De Castilla vanuit de helikopter(Foto Koert Lindijer)
De Castilla vanuit de helikopter(Foto Koert Lindijer)

Dit is de essentie van het probleem van de van misdaad vergeven Indische Oceaan: Somalië kent sinds het uitbreken van de burgeroorlog in 1991 geen effectief centraal gezag meer. Het land met zijn 3330 kilometer lange kust viel uiteen in semiautonome regio’s zonder een managementstructuur voor de visserij, zonder een effectieve kustwacht. Een mislukte staat. In het verleden pikten de heersers van de regio Puntland een graantje mee van de lucratieve piraterij. Nu zien ze meer profijt in samenwerking met Westerse maar ook Chinese antipiratenschepen. Daardoor liep de afgelopen vijf jaar het aantal aanvallen door piraten drastisch terug.

„De piraterij hebben we bedwongen maar niet uitgebannen”, legt op het marineschip admiraal Alfonso Pérez de Nanclares uit. „Tussen 2008 en 2011 vonden er talrijke kapingen plaats, daarna vrijwel niet meer. De piraten gingen in de handel van wapens, drugs, mensen en houtskool. De capaciteit voor piraterij bestaat echter nog steeds.”

Sinds de oudheid staan scheepspiraten aangemerkt als ‘hostis humani generis’, vijanden van de mensheid. Rond Somalië kwamen kapers voor het eerst in actie in 1991 toen ze het vrachtschip Naviluck kaapten, drie Filipino’s executeerden en de bemanning overboord joegen. Dat was het begin van een lucratieve piratenindustrie en een decadente cultuur van zeeroversfeesten.

Twee notoire piraten stonden aan de leiding: Boyah en Garaad Mohammed, beiden afkomstig van het vissersdorpje Eyl. In 2005 controleerde Garaad een legertje van 800 piraten langs de kust. In 2009 kaapten ze 46 schepen, een jaar later 47. In 2011 hielden ze 700 zeelui in gijzeling. In 2008 ontvingen ze gemiddeld aan losgeld rond de anderhalf miljoen dollar per schip, twee jaar later was dat drie tot vier miljoen, met als grootste bonus 9,5 miljoen voor de Zuid-Koreaanse olietanker Sambo Dream. Naarmate de losprijs toenam, opereerden Garaad en Boyah professioneler en met moderne apparatuur tot 1500 kilometer van de kust.

De 10 procent van de maritieme wereldhandel die door de Golf van Aden gaat, werd bedreigd door een paar honderd opgeschoten schurken die high waren van het verdovende middel qat. Unaniem riepen alle staten ter wereld de Somalische piraten uit tot aartsvijanden. De in 2008 begonnen Operatie Atalanta was de eerste maritieme missie onder EU-vlag. Het inzetten van drie Chinese oorlogsschepen was de eerste Chinese missie sinds 1949 en na een halve eeuw van pacifistisch beleid deden ook Japan en Duitsland mee aan de operatie. Aanvankelijk boekten de vloten weinig succes. Pas toen de autoriteiten aan land gingen meewerken en de handelsschepen zich bewapenden, nam het aantal kapingen af. Vorig jaar ondernamen piraten verscheidene pogingen maar slechts in twee gevallen slaagden de piraten erin aan boord te klimmen. Er werd geen losgeld betaald.

Handelaren uit het Oosten

De Somalische kust(Foto Koert Lindijer)
De Somalische kust(Foto Koert Lindijer)

Een gele lijn kondigt de Somalische kust aan. De Castilla vaart al dagen in de Somalische wateren en er viel geen enkel lichtje aan land te ontwaren. De kustlijn helt scherp, alsof het honderd meter boven de zee uit rijzende grauwe land is afgebroken. Handelaren uit het midden en verre Oosten arriveerden hier ruim duizend jaar geleden met de wind van de moesson in hun zeilen. Ze vonden in Somalië een onuitputtelijke schat aan kaneel, wierookhars en mirre. Aziatische parfummakers legden grote sommen geld neer voor kleine hoeveelheden van het welriekende ambergrijs dat gestrande walvissen uitbraakten.

Admiraal Alfonso Pérez de Nanclares en zijn speciale eenheden hebben vandaag Eyl in het vizier. Ze willen in het voormalige piratennest een VN-project bezoeken om Somaliërs te leren vissen. Een helikopter stijgt op van de Castilla om de kust te verkennen, maar de hoge golven houden de rubberbootjes lange tijd tegen. Hier dobberden tien jaar geleden enkele mammoettankers, gekaapt door de mannen van Garaad en Boyah. Na langslepende onderhandelingen verschenen er vliegtuigjes die koffers vol met dollars in zee neerlieten. Op deze golven eindigde in 2009 de kaping van kapitein Philips en zijn Maersk Alabama, later verfilmd met Tom Hanks in de hoofdrol.

Eenmaal aan land treffen de admiraal en zijn soldaten luierende vissers. Niemand zegt ooit aan piraterij te hebben meegedaan. „Weet u wat het ergste was mijnheer? Toen de kapers onderling slaags raakten over de verdeling van het losgeld”, zegt de jongeman Abdi. Zonder medewerking van de inwoners van Eyl kon de piratenindustrie niet floreren. De kapingen duurden maanden en de piraten hadden voorraden voedsel en water nodig, evenals porties van de stimulerende drug qat. Het waren de kwistige feesten met drank en vrouwen die de strikte moslimbevolking er uiteindelijk toe brachten de piraten uit hun dorp te verdrijven. „Wij hebben nooit van de piraterij geprofiteerd”, zegt Abdi met een flauwe glimlach die zijn leugen maskeert.

Wat is het alternatief voor de criminaliteit op zee? Omringd door de militairen in oorlogsuitrusting en de in de lucht schommelende helikopter bezoekt de admiraal vrouwen die vissen schoonmaken op het strand. De VN doneerden scherpe messen, slachttafels en een boot. „Vroeger aten we nooit vis. De VN hebben ons dat geleerd”, vertelt Assia Ayan. Ze doet voor hoe je een tonijn slacht. De toenmalige president Siad Barre wilde de nomadenstaat moderniseren en dwong in de jaren zeventig en tachtig de goeddeels vee houdende Somaliërs te vissen. Twee keer per week moesten ze verplicht vis eten en hij richtte een kustwacht op om de rijke visgronden te beschermen. De aan hun koeien en kamelen gebonden bevolking zag visserij echter niet als een eervol beroep. De meeste Somaliërs lusten geen vis maar de steeds frequentere droogte en de inmenging van buitenlandse ontwikkelingswerkers brengt daarin verandering.

De Somalische kust(Foto Koert Lindijer)

Visserij is een groter probleem

De inwoners van Eyl kijken lijdzaam naar de militairen en de vis. De jongeman Abdi haalt zijn neus op. „Op zee geven jullie ons een T-shirt en een fles water en aan land een mes om vis te snijden”, sniert hij, „jullie denken ons wel erg gemakkelijk te kunnen overtuigen”. Een oudere man duwt hem zachtjes weg en neemt het woord. „Waarom zetten jullie geen kustwacht op om ons te beschermen”, pleit hij. „Jullie probleem is de piraterij, ons probleem de illegale visserij. En daar doen jullie niets aan.”

Volgens schattingen wordt er ieder jaar vis ter waarde van 200 miljoen dollar gestolen in de Somalische territoriale wateren.

Op de terugweg naar de Castilla is de zee wild en de admiraal moet tot aan zijn schouders in het water om de rubberboot de branding door te dragen. Omringd door vliegende vissen snijden de Somalische skiffs daarentegen probleemloos door de hoge golven. Het marineschip heeft walvissen op bezoek gehad en dolfijnen duikelen tegen de zonsondergang. Dan is er even opwinding. Er komt nieuws binnen over een mislukte kaping, de eerste in vele maanden.

Op 480 kilometer van de Castilla schoot een skiff op een schip, dat terugvuurde. „Dat gebeurde in een deel van de zee vol met wapen- en drugssmokkel”, vertelt de bevelhebber. „Het is een ideaal gebied voor terroristen. We kunnen over 24 uur ter plaatse zijn”. Operatie Atalanta is tot eind 2020 verlengd.

The boat that attacked a ship was later caught and blown up by the Castilla. Photo Franscisco Gomez Conde public affairs officer Atalanta
The boat that attacked a ship was later caught and blown up by the Castilla. Photo Franscisco Gomez Conde public affairs officer Atalanta

Bloedvisserij

Net als ‘bloeddiamanten’ zou illegaal gevangen vis uit de Indische Oceaan niet mogen worden verkocht in Europa. De criminaliteit op zee wakker instabiliteit op het land aan en veroorzaakt oorlogen. “Verbied bloedvis”, zegt Andrew Mwangura die de Indische Oceaan goed kent, daarom. Als voormalig zeeman was hij jarenlang coördinator van de Keniaanse Seafarers Association. Hij behartigde hier de belangen van zeelui voor de Oost-Afrikaanse kust. “De piratenkartels van tien jaar geleden, bestaan nog steeds. Het businessmodel is hetzelfde, de handelswaar is veranderd”, zegt hij in de Keniaanse havenstad Mombassa. Illegale visserij is een van hun criminele activiteiten. “Vis wordt illegaal gevangen, overgebracht naar andere boten en van daaruit naar Europa, China, en Japan gebracht. Schepen uit de hele wereld doen er aan mee. It is big business”

Volgens Mwangura opereren er nog zeven piratengroepen in Somalië. “Ze zitten nu in de drugs- of wapenhandel. Of ze geven advies aan antipiraten operaties”. Er gebeurt zoveel op die eindeloze zee en maar weinigen weten wat er zich daar afspeelt. Smokkel van suiker en mais bijvoorbeeld, schandalen waar Kenia onlangs opnieuw door werd opgeschikt. Langs de 600 kilometer lange Keniaanse kust liggen acht officiële havens en veertig onofficiële, dwz. illegale, havens voor import.

Dit verhaal verscheen op 31-10-2018 in NRC Handelsblad

Schrijf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *