Een jungle van verraderlijke leugens

 

De weg naar Rutshuru  Foto Koert Lindijer
De weg naar Rutshuru Foto Koert Lindijer

In een zandbank op een heuvel veertien kilometer van de frontlinie spelen Indiase soldaten van de Verenigde Naties de oorlog in Oost-Congo na. Met speelgoedtanks geven ze les aan collega’s van het Congolese leger. Majoor Sekhar van de VN-vredesmacht Monusco tuurt over het weelderig groene landschap in de verte. „Als de rebellen van M23 over die weg naar Goma oprukken, doen de VN-soldaten niets”, zegt hij. „We hebben een mandaat om burgers te beschermen, maar we kunnen het niet.”

Onderaan de heuvel begint het echte slagveld. In westelijke richting, tot diep in het oerwoud van Midden-Congo, opereren dertig militiegroepen, die zich met magisch water en amuletten beschermen tegen kogels. Als een storm gaan zij over het land en richten bloedbaden aan. In het oosten verdoezelt de nevel tussen de vulkanen Rwanda, het strak georganiseerde buurland dat al bijna twintig jaar betrokken is bij het anarchistische geweld van Oost-Congo maar er altijd over liegt. Door Rwanda gesteunde soldaten van de nieuwe rebellengroep M23 controleren de jungle en de plantages aan de voet van de bergen.

Muiterij in het Congolese leger in april vormde het startsein voor de nieuwe gevechtsronde. De gedeserteerde soldaten, die zich M23 noemen vechten tegen het Congolese leger. De oorlog dreef honderdduizenden burgers op de vlucht en het aantal burgermilities verdubbelde. De VN werpen zich op als vredesmacht en het Congolese leger als ordetroepen, maar beide falen in de bescherming van burgers.

Volgens de Congolese regering en recente rapporten van de VN en mensenrechtenorganisaties steunt Rwanda M23 met wapens en rekruten, een beschuldiging die de Rwandese regering tegenspreekt. De rituele Rwandese ontkenning wordt echter niet meer geloofd. Voorheen trouwe bondgenoten als Amerika, Groot-Brittannië, Zweden en Nederland schortten in juli een deel van hun ontwikkelingshulp aan Rwanda op.

De oostelijke provincies Noord- en Zuid-Kivu verkeren al bijna twintig jaar in een staat van constant geweld. Hoewel Congo met zijn vruchtbare grond en rijkdom aan grondstoffen in potentie het rijkste land van Afrika is, ziet het er vervallen uit. Verwrongen vliegtuigwrakken slingeren rond de luchthaven van Goma, stukken vleugel liggen langs de geërodeerde wegen van de stad. De laatste plukjes asfalt en skeletten van huizen op de weg naar het stadje Rumangabo in M23-gebied symboliseren de permanente verloedering. Bibberend van de ochtendkou koken regeringssoldaten een bordje bonen aan het front.

In het niemandsland tussen regeringsleger en de deserteurs van M23 zijn alle dorpen leeg en de akkers onbewerkt. Achter een wegversperring van de rebellen, die genoegen nemen met een paar pakjes sigaretten als „wegenbelasting”, verschijnen er wat doelloos slenterende burgers. Vlak bij Rumangabo verzamelt zich een menigte voor een begrafenis. „Soldaten van M23 hebben vannacht ons stamhoofd gedood omdat hij niet met ze wilde samenwerken”, fluistert een rouwende vrouw. „Rijdt u snel door, anders neemt M23 wraak op ons.”

 

Een bisschop als premier

In een sprankelend wit kantoor zit Benjamin Mbonimpo in driedelig pak naast een Congolese vlag en een portret van president Joseph Kabila. De voormalige werknemer van het nationale elektriciteitsbedrijf is nu bestuurder van M23 in de stad Rutshuru. „De bevolking staat achter ons, we werken samen met de traditionele stamhoofden om de veiligheid te verbeteren”, zegt hij. Hij strijkt over de Congolese vlag en vervolgt: „We willen ons niet afscheiden. We keren ons niet tegen Kabila maar tegen het systeem. We zetten een eigen bestuur op en innen een beetje belasting onder de bevolking.” Waarna hij een lijst laat zien met meer dan tien ministers en aan het hoofd een bisschop als premier.

Rutshuru is akelig leeg. „De meesten van ons zijn gevlucht naar Goma”, zegt een oude man nauwelijks hoorbaar. „Wij achterblijvers durven onze huizen niet te verlaten. Gisteren werden hier vlakbij zeven woningen geplunderd.” Wat voor iedereen zichtbaar is, wordt ontkend door kolonel Vianney Kazarama, de militaire woordvoerder van M23: „Niemand vluchtte hier voor M23, de tienduizenden ontheemden rond Goma komen niet uit ons gebied maar uit regeringsgebied.”

Oost-Congo is een jungle van verraderlijke leugens. De oorzaken van de opgelaaide strijd zijn omstreden. Het Internationaal Strafhof in Den Haag, klungelig optreden van Kabila, Rwanda’s bemoeienis en de mislukte integratie van rebellen in het Congolese regeringsleger spelen een rol.

Het zaad der tweedracht werd twee jaar geleden geplant met een vredesverdrag voor een andere rebellie. Ook toen bestreed Congo een door Rwanda gesteunde opstand, geleid door Laurent Nkunda. Een etente tussen de Rwandese leider Paul Kagame en Kabila leidde tot het akkoord waardoor Nkunda door Rwanda gevangen werd gezet en opgevolgd door Bosco Ntaganda, die gezocht wordt door het Strafhof in Den Haag.

Het akkoord van 23 maart 2009 leidde tot de integratie van de rebellen in het regeringleger maar hield niet stand. Kabila wilde de voormalige rebellen eerder dit jaar overplaatsen naar andere delen van Congo en dat was de aanleiding tot de muiterij.

„Dat was het begin van onze opstand en we noemden ons M23, naar de datum van het verbroken akkoord in 2009”, zegt woordvoerder kolonel Kazarama, „We hebben bij onze rebellie geen enkele steun van Rwanda gekregen.”

Er klopt iets niet aan zijn versie. Een rapport van de VN stelt dat de rekrutering van deserteurs door Rwanda al vóór de muiterij begon. Het rapport speculeert dat Rwanda een langetermijnpolitiek volgt in Oost-Congo en delen ervan als bufferstaat wil laten bezetten door Congolese handlangers.

In de Rwandese hoofdstad Kigali legt de overheid de schuld bij Kabila, het Strafhof en Westerse landen. Na het vonnis in april tegen de Congolese krijgsheer Thomas Lubanga in Den Haag verhoogde het Strafhof de druk om ook diens collega Ntaganda uit te leveren. Westerse landen eisten dat Kabila hem arresteerde en vroegen ook Rwanda om hulp. Dat leidde tot ergernis in Kigali.

„Ntaganda is niet ons verantwoordelijkheid “, zegt een hoge Rwandese regeringsmilitair die anoniem wil blijven. „Waarom deden de VN niets? Toen hij nog onderdeel uitmaakte van het Congolese regeringsleger speelde hij tennis met VN soldaten in Goma”.

De Rwandese regering lijkt immuun geworden voor beschuldigingen dat ze Congolese krijgsheren steunt. „Het is altijd hetzelfde verhaal: alle blaam voor het Congolese conflict wordt op onze stoep gelegd”, zegt de Rwandese militair. „Ja, ik koester sympathie voor de rebellen van M23, ze zijn mijn neven. Maar ik heb ook goede vrienden in het Congolese regeringsleger.”

Rwanda heeft sterke economische banden met Oost-Congo. Vanwege het ondoordringbare oerwoud in het hart van Congo zijn de bewoners van het oosten traditioneel meer verbonden met Oost Afrika dan met de verre hoofdstad Kinshasa aan de andere kant van het continent. Al meer dan honderd jaar zoeken Hutu’s en Tutsi’s uit de overvolle hooglanden van Rwanda Lebensraum op de maagdelijk groene vlaktes van Oost Congo. „We delen cultuur en taal met Rwanda”, zegt kolonel Kazarama van M23. „Maar niemand in M23 heeft de Rwandese nationaliteit.”

De tribale banden tussen Oost-Congo en Rwanda zijn door Kigali vaak aangewend om zijn inmenging in het buurland te verbergen. Een bron binnen de VN heeft echter bewijzen dat Rwanda wel degelijk zijn eigen burgers heeft geronseld voor M23: „Er verblijven talloze gerekruteerde Rwandezen voor M23 in ontheemdenkampen in Goma. Ze deserteerden uit M23 en hebben de Rwandese nationaliteit. Als we ze naar Rwanda proberen te repatriëren, weigert Rwanda ze toegang.”

Kabila verergerde het conflict. De president en Ntaganda werden bondgenoten de aflopen twee jaar. Ze deden samen goede zaken in de export van tin en goud. Ntaganda’s volgelingen voerden eind vorig jaar campagne voor herverkiezing van de president. Na de westerse druk Ntaganda uit te leveren stuurde Kabila met veel bravoure militaire versterkingen naar Goma. Dat had een averechtse uitwerking: in plaats van de arrestatie van Ntaganda leidde het offensief tot een serie nederlagen voor het regeringsleger en moedigde het de muiters aan. „Onze collega’s in Congo zijn onvoorspelbaar”, verzucht een hoge medewerker van de Rwandese inlichtingendienst, „door Kabila’s onhandige optreden zijn we nu terug bij de situatie in 2009 met Laurent Nkunda.”

Een lijvige Oegandese prostitué nestelt zich naast kolonel Kazarama van M23 in het hoge gras aan de poort van de rebellenkazerne. In Congo laten militairen zich altijd vergezellen door hun families en concubines. M23 zegt als enige strijdgroep een politieke agenda te hebben. De naar schatting 1.500 goed bewapende soldaten vormen vermoedelijk de best gestructureerde strijdgroep. De kolonel probeert de muiterij het gezicht te geven van een nationale opstand tegen Kabila. „Het probleem van Congo is slecht leiderschap”, fulmineert hij. „Kabila is een boef, we moeten hem verdrijven. Hij vervalste de verkiezingsuitslag in december. Congo kan zich niet ontwikkelen zonder echte democratie.”

Met die boodschap probeert M23 steun onder de bevolking te krijgen. Maar de Congolezen vertrouwen niemand meer. Op wonderbaarlijke wijze bieden ze het hoofd aan de permanente terreur. Als alternatief voor een vaste woonplaats zoeken ze op hun voortdurende vlucht soelaas in gammele hutjes en bij familieleden. Michelina Mubulinga belandde uiteindelijk in een ontheemdenkamp bij Goma. „Ik vluchtte uit mijn dorp. Nee, niet mijn geboortedorp. Van daar was ik al eerder weggetrokken naar een ander dorp. En toen weer naar een ander.” Bij de aanval op het laatste dorp verbrandde haar echtgenoot in een huis, haar zeven kinderen raakten zoek. „Ik heb geen idee wie ons aanvalt en waarom. Ons leven bestaat uit rennen.”

De toch al ingewikkelde militaire situatie in Oost-Congo is er nog gewelddadiger en verwarrender op geworden. Er heerst totale wetteloosheid. Het slecht gedisciplineerde regeringsleger trok zich uit veel gebieden terug om M23 te bestrijden. In dat vacuüm richten burgers hun eigen milities op om zich te verdedigen tegen aanvallen van andere strijdgroepen. Het aantal milities is verdubbeld tot dertig. Alle strijdgroepen rekruteren kinderen, allemaal maken ze zich schuldig aan grove misdaden tegen burgers. In een cynisch machtsspel worden deze groepen door Congo en Rwanda ingezet.

De grootste massaslachtingen staan niet op het conto van M23 maar van deze stammilities. De meest beruchte is de anti-Hutu-militie Raïa Mutomboki (Boze Burgers). De groep, die een VN-medewerker als een ‘razende storm’ omschrijft, heeft de afgelopen weken honderden burgers afgeslacht. „De strijders van Raïa proberen eerst de mannen te doden en als ze die niet vinden, slaan ze er met hun kapmessen op los op vrouwen en kinderen”, zegt hij. „Ik vrees voor nog veel grotere bloedbaden. Het gif verspreidt zich snel onder de stammen, door de toegenomen chaos er is veel meer haat dan vroeger. Iedere tribale groep keert zich nu tegen de andere.”

Bij de nieuwe allianties lijken Rwanda en het Congolese leger aan de touwtjes te trekken. Om M23 te bestrijden nam het Congolese regeringsleger de afgelopen weken, volgens hoge militairen in Rwanda, 400 strijders op in zijn rangen van de FDLR. Deze militie bestaat uit Hutu-extremisten die na de genocide in Rwanda in 1994 naar Oost-Congo uitweken en daar de bevolking gingen terroriseren. Hun tegenstanders, zoals Raïa Mutomboki, zouden op hun beurt steun van Rwanda krijgen. De groep beschikt over zware wapens, zoals granaatwerpers, die betaald zouden worden door Rwanda en M23.

Altijd aanwezig

En wat doen de VN aan al deze misère? Op een groot uithangboord bij de barakken van de Uruguayaanse VN-militairen staat Siempre presente, Altijd aanwezig. Dat is vrijwel onmogelijk. Er is gemiddeld één vredessoldaat voor 1666 inwoners. De vredesmacht van 19.000 man(van wie 5.000 in het oosten) kost 1,5 miljard dollar per jaar maar bracht Oost-Congo geen vrede. „De VN soldaten doen zaken met de FDLR en handelen illegaal in goud en coltan”, snierde Rwanda’s minister van defensie James Kaberebe onlangs. „De VN macht heeft niets opgelost.”

Voor één keer zijn de meeste Congolezen het met een Rwandees standpunt eens. Bij een aanval eerder deze maand door 200 militiestrijders op het dorpje Pinga kwamen Zuid-Afrikaanse VN-militairen hun belofte niet na om de inwoners te beschermen. „Ze hadden de dorpelingen toegezegd hen te behoeden in een school. Maar tijdens de aanval deden ze niets, ze lieten de burgers zelfs niet toe in hun kampement. Zo gaat het bijna altijd”, zegt een hulpverlener met goede bronnen in Pinga. Bij een nieuwe aanval vorige week op Pinga door weer een andere militie mochten burgers wel op het VN erf komen schuilen.

Het drama in Oost-Congo begint steeds van voren af aan. Iedere gevechtsronde kent dezelfde hoofdrolspelers alleen met een andere politieke dynamiek. Joseph Mwita vraagt een lift uit het gebied van M23. Er was geen plaats meer op een gammele vrachtwagen met afweergeschut in de laadbak. „Ik wil hier weg uit deze ellende”, smeekt hij, „ik wil voor niemand vechten”. Is het dan veilig in regeringsgebied? „Nee. De milities en rebellen mogen ons ongehinderd doden. Het regeringsleger vermoordt ons illegaal. Dat is toch net ietsje beter”.

Schrijf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *