Kenia: ‘Ik stop pas als ik superrijk ben’

 

Bont opgetutte dames op krukjes lakken in het moddersteegje hun teennagels. Uitnodigend zwaait Nancy de deur van haar huisje open. We gaan direct op bed zitten, meer ruimte is er niet. Ze gaapt. „Niemand wil weten hoe zwaar ons leven is”.

„Ieder werk is goed werk, en iemand moet het doen”, staat er op haar ledikant geschreven. Ze vraagt vijftig shilling voor twintig minuten. „Altijd willen ze afdingen, ze klagen dat het vroeger goedkoper was. Maar lager dan twintig shilling ga ik niet”. Twintig shilling is twintig eurocent.

Prostitutie heeft vele oorzaken. In Afrika is armoede de eerste maar niet de enige. Want met een veranderende levensstijl wijzigen ook de seksuele gewoontes. Nancy en haar vriendin Rose werken in Pumwani, een arme wijk in de Keniaanse hoofdstad. Meer dan de helft van de inwoners van Nairobi leeft in sloppen of andere verloederde wijken. „Ons vrouwen blijft geen keuze. Mannen gaan in de criminaliteit, ze beroven banken of blanken. Prostitutie is onze enige uitweg.”

Prostitutie is illegaal in Kenia en de commerciële sekswerkers moeten zich verweren tegen afpersende agenten en lastige klanten. Soms komt er lijmsnuivend tuig, soms hebben klanten na drie uur nog niet betaald. De dames van Pumwani vallen bij gevaar op elkaar terug en gooien de klant de buurt uit. Na een half uur klopt een bezorgde Rose op Nancy’s deur. „Eventjes checken of die man wel deugt”, excuseert ze zich en ploft op het bed.

Nancy en Rose komen van het vol geraakte platteland rond Nairobi. Ze zijn nu ongeveer veertig jaar. Nancy kreeg op traditionele wijze een echtgenoot toegewezen. Net als Rose vluchtte ze naar de grote stad. Ze probeerden op straat tweedehands kleren te verkopen. „Dat venten is niet winstgevend”, vertelt Rose. „Je wordt steeds weer door agenten opgepakt, je moet kapitaal hebben om je vrij te kopen.” Daarom zetten ze zichzelf in de markt.

Eerst in goedkope clubs waar ze mannen oppikten en in smoezelige hotelletjes waar ze hen „bedienden”. „Mannen willen nu eenmaal altijd alcohol en vrouwen”, zeggen ze. „We gingen nooit naar jongerenclubs, want kinderen hebben geen geld. En ook niet naar dure clubs, daar willen ze alleen jonge meiden. En de blanken die daar komen, die houden niet van onze dikke konten.”

Klasse en rangen. Van de goedkope straatprostitutie zijn ze gepromoveerd tot een plaatsje in Pumwani, „ons eigen kantoor”. Rose wijst naar het stapeltje condooms onder het bed. „Meestal komen klanten met hun eigen condooms, want ze vertrouwen die van ons niet.” Ze kunnen de verlangens van hun clientèle goed schatten. Soms willen ze alleen maar worden geaaid. „Anderen willen gezellig kletsen. Maar wat schiet ik daar mee op? Ik heb kinderen om voor te zorgen.” Nancy kijkt eventjes vertederd. „Als mannen ons iets extra’s geven, zeggen ze: ‘Hier, om wat melk voor je kinderen te kopen’.”

Meer dames verdringen zich nu bij de deur van Nancy. Kunnen ze zich ooit nog een ander bestaan voorstellen? Hun seksuele charme is tanende. „Ach, een echtgenoot zal ik wel nooit meer vinden”, zegt Nancy gelaten. „Seks uit vrije wil, nee, daar kan ik me weinig bij voorstellen.” Ze denkt even na. „Toch zie ik soms een vent en voel iets vreemds, iets van lang geleden. Misschien is dat wel liefde”.

En trouwen? Gebulder in het steegje. „Afrikaanse vrouwen hebben niets te zeggen bij mannen.”, zegt een vrouw. „We horen te gehoorzamen”, roept een ander. „Maar hier geef ik de bevelen”, slaat Nancy met de hand op het bed. „In deze business heb ik het voor het zeggen. Ik zeg: doe je kleren uit. Ik zeg: doe je condoom om. Ik zeg: de tijd is om. Buiten dit steegje pas ik me weer onmiddellijk aan de mannen aan. Zij zijn de baas.”

Aan de lunch met een goede fles wijn. In een andere wereld maar dezelfde stad. In het stadscentrum kuieren keurige kantoorklerken naar eetcafés. Voor een klein en luchtig hapje, straks moeten ze weer werken. Vroeger aten inwoners van Nairobi in een voedselkiosk een bord vol zwaar maïsmeel met spinazie voor lunch, toen bracht nog vrijwel niemand urenlang zittend in kantorenruimtes door. Met een moderniserende economie veranderen de eetgewoontes. Evenals de seksuele. Met een groeiend inkomen en een opkomende middenklasse verandert de levensstijl en gaan bewoners anders denken over wat goed en slecht is.

Pamela luistert naar het verhaal van een collega in de verzekeringsbranche. Ze was gebeld door rijke mannen. Die wilden wel een verzekering, als zij de heren eerst kwam „plezieren”. Pamela neemt een hap van haar zalmsalade en zucht: „Prostitutie hoort sinds enkele jaren bij het zakenleven. Dure toeristenhotels zouden niet kunnen opereren zonder hoeren. Evenals de chique clubs.”

Moeten we ons niet tegen die veranderingen verzetten, val ik tussenbeide. „Ach jullie blanken. Europese vrouwen gaan direct luidruchtig schreeuwen en eisen een betere positie voor de vrouw”, antwoordt Pamela. „Wij Afrikanen doen dat anders. Stiekem laten we onze mannen in de steek. Lukt dat niet, dan leren we leven met onze dronken echtgenoten. We zorgen voor hun eten, spreiden onze benen. Die vernedering laten we over ons heengaan.” Haar collega valt haar bij. „Ja, het is zelfbehoud. Alle Afrikaanse vrouwen zijn prostituees, we moeten gehoorzamen aan de mannen. De enige geniën onder ons zijn vrouwen die er geld voor vragen.”

In een villawijk nipt een onuitgeslapen Parselelo Kantai aan een sterke espresso in een koffieshop. Alweer zo’n verschuiving van gewoontes: vroeger dronk geen Keniaan koffie, er waren geen koffieshops en iedereen stond bij zonsopgang kwiek naast zijn bed. Parselelo is schrijver en journalist. Vorig jaar dong hij mee naar de Britse Caine prijs met het verhaal You wrecked me dat begint met orale seks door een prostitué. „Vroeger kwam prostitutie voort uit armoede. Maar Kenia verandert snel. We hebben meer geld en als we het niet hebben dan doen we er alles aan om het te krijgen. Prostitutie is tegenwoordig ook een levensstijl”, vertelt hij. „Seks wordt thuis bezorgd, net als pizza’s. Mannen kijken op internet en bezoeken dure striptease clubs. Dat was vroeger ongehoord in het kuise Kenia.”

De prostituee van de betere soort houdt zich niet op in Pumwani zoals Nancy en Rose. Zij danst het leven binnen van een rijke blanke, die vleugels heeft en haar meeneemt naar Europa. In het literaire verhaal van Parselelo is ze zestien. Ze ontmoet haar Belgische klant op het terras van een voormalige koloniale club „vanwaar de blanken vroeger als sport op passerende Afrikanen schoten. Nu zuig je aan hun penissen voor 500 shilling per half uur. De vruchten van de onafhankelijkheid smaken soms vreemd”.

„Ze willen hoger op de sociale ladder”, zegt Parselelo bij zijn tweede kop koffie. „Ze streven naar een betere levensstijl, high life. Prostitutie is voor hen een vrije keuze.” De amusementsindustrie is de afgelopen tien jaar drastisch gegroeid, draait nu 24 uur per dag en is door het verbeterde openbare vervoer ’s nachts voor grote groepen toegankelijk. De moraal verandert. Playboy was vroeger verboden. Eind jaren tachtig haalde toenmalig president Moi nog een tv show met karig geklede en sexy dansende dames van de buis. In kranten staan nu contactadvertenties evenals advertenties voor massagesalons en seksparty’s. Een escortservice leidt werknemers op in dansen, zwemmen, talen, etiquette en afwijkende seksgewoontes van buitenlanders. De afgestudeerden werken in vijfsterrenhotels en voor rijke toeristen die een toer door de wildparken maken.

Enkele jaren terug durfden journalisten voor het eerst te schrijven over bezoekjes van hitsige parlementsleden aan de beruchte Koinange Street van Nairobi. Hier tippelen in de nachtelijke uren studenten. Dagbladen berichten over schoolverlatende zwangere kinderen. Vorige week meldde de overheidsorganisatie voor leraren over zeshonderd leraren die waren ontslagen wegens seksuele relaties met hun leerlingen. „De zondige onderwijzers werden niet vervolgd”, merkt Parselelo bitter op.

„Ja, we doen het met paters, islamitische predikers, parlementsleden en zakenlui”, lacht Betty. Namen noemt ze niet. Dat is beroepsgeheim. Ze verdringt zich aan de bar van een chique nachtclub, samen met haar zakenpartners Ann en Penny. Hun glinsterende T-shirts, puntige hoge hakken en korte rokken, de make-up, al deze hulpmiddelen maken de meisjes van nauwelijks achttien voor het oog een stuk ouder. Ann begon op haar zestiende.

Betty was zwanger. Ze wil vertellen over hoe geliefd ze was bij haar klanten met haar uitpuilende buik, hoeveel respect ze toonden. „Mannen zijn rare wezens, ze behandelen je bijzonder goed als je zwanger bent.” Plotseling ziet ze een blanke binnenkomen en schiet op haar prooi af. Te laat. „De concurrentie is tegenwoordig groot”, moppert ze. “Er lopen hier zelfs homo’s rond, die doen het beneden onze prijs. Vroeger wist ik geen eens dat er homo’s bestonden in Kenia.”

Betty, Ann en Penny noemen zichzelf nachtvlinders. Op zoek naar de man die rijkdom brengt. Een vriendin vertrok vorige maand met een kerel naar Dubai. Volgende week gaat een ander naar Duitsland, „met een marinier die alleen in korte broek loopt. Ik wou dat hij mij had gekozen”. Ze zijn trots op hun vak. „Ik heb een beter leven dan vroeger. Ik woonde in een hol in de muur, nu in een leuk huisje met tv”, vertelt Penny. „En ik zorg goed voor mijn kinderen en mijn moeder”, vult Betty aan.

Ze leerden elkaar kennen in de gevangenis. „We hadden zoveel overeen, onze problemen met klanten en met de politie. Daarom gingen we samenwerken.” Gedrieën richtten ze het arbeidscollectief de Nightnurses (de Nachtzusters) op. Ze spraken een minimumprijs af van 3000 shilling, dertig gulden voor een beurt. Tienduizend voor de hele nacht. Ze zijn mobiel bereikbaar en vallen in te huren voor vrijgezellenpartijtjes. Zij zijn het moderne gezicht van de hedendaagse Keniaanse prostitué.

Bizarre verhalen vertellen ze over hun klanten. Maar ook over hun tederheid. Betty, Ann en Penny noemen zich seksuele therapeuten voor getrouwde mannen. „Mannen zijn soms ook zacht. Dan willen ze alleen maar vastgehouden worden, gekoesterd zonder seks.” Dat geeft de drie voldoening. „Wij voorzien in een behoefte.”

Ongeremd praten ze over seks. Opvallend in een tot voor kort uiterst preuts land, waar geslachtsdelen geen scheldwoorden zijn, waar seks niet bespreekbaar is. „Je moet je hele leven toestemming vragen, eerst aan je vader, dan aan je man”, zegt Betty snierend. „Daarom willen jongeren niet meer trouwen, te vaak zagen ze hoe vaders moeders mishandelden. Liever een neukvriendje dan een echtgenoot!”

Zaken zijn zaken, ons vak zou moeten worden erkend, vinden ze. Betty verblijft drie dagen per week bij haar vriendje, de andere dagen verdient ze geld. „Als ik met hem vrij en een klant belt, dan ga ik werken. Ik wil rijkelijk leven.” Het grootste probleem is hoe het vak te op te geven. „Daar maak ik me zorgen over”, zegt Betty. „Pas als ik superrijk ben, stop ik er mee.”

 

Schrijf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *