Kenianen mogen stemmen maar de kartels besturen het land

Peter Kamau (30) hurkt bij het dorpje Kaharati in de modderige berm en speurt naar een karweitje, naar een kans om van een vrachtwagen trossen bananen te lossen, gras of gruis te torsen, of bagage van een reiziger. Hij is een sjacheraar, een van de honderdduizenden werklozen onder de aanstormende jeugd van Kenia om wier stem de politici bij de verkiezingen dinsdag wedijveren.

Vandaag hoopt hij op wat kruimelgeld van een van de met bankbiljetten strooiende kandidaten. „Er is hier nog niet een partij geweest om geld uit te delen, dus ik weet nog niet op wie ik stem”, lacht hij. Zijn vriend N’gang’a geeft hem een por en zegt: „Kom op man, William Ruto moet president worden, hij verkocht vroeger kippen langs de weg. Hij was een ritselaar net als wij en behoort niet tot een van de heersende families van Kenia, zoals zijn rivaal Raila Odinga”.

In een grimmig sociaal klimaat gaat Kenia, een natie van 55 miljoen inwoners, naar de stembus. Het heeft de meest open samenleving van Oost-Afrika, maar kreunt onder overal woekerende corruptie en schrijnende ongelijkheid. Het officiële werkloosheidspercentage onder de 18- tot 34-jarigen bedraagt bijna 40 procent en de economie schept niet genoeg banen om de 800.000 jonge mensen die elk jaar aan de slag gaan, op te vangen. Het aandeel van de jongeren tussen de 18 en 34 in Kenia bedraagt een kwart, en degenen onder de vijftien jaar vormen zelfs 43 procent van de totale bevolking. Een tijdbom. In zulke omstandigheden doet het populistische geluid van Ruto – gericht op arme jongeren en tegen de dynastieën – het goed, hoewel ook hij tot de allerrijksten behoort.

Tweedrokken

De vruchtbare hooglanden rond Kaharati, het woongebied van het Kikuyuvolk, horen tot de best ontwikkelde landbouwgebieden van Kenia. De eerste witte missionarissen hadden er begin vorige eeuw hun scholen gevestigd, de bewoners hadden er snel hun oude gewoontes opgegeven en hun traditionele kleren uitgetrokken; in de groene heuvels in de mist wandelen jonge vrouwen met gekleurd haar, ouderen in een lange Engelse tweedrok tot aan de enkels en een bloemetjeshoofddoek, jonge mannen met rastahaar en ouderen met ouderwetse vilthoeden.

Maar het gebied is nog lang niet ontdaan van armoede. De economische crisis als gevolg van corona en de oorlog in Oekraïne leidde tot forse prijsverhogingen en wanhoop onder de armen.

Bij haar voedselkiosk staart Esther Wambui voor zich uit. „Ai ai ai”, klagen de klanten als ze haar prijzen vernemen. „Ze kopen niets meer, zelfs een stukje kauwgom is onbetaalbaar geworden”, bromt ze. „De politici van de dynastieën schuiven altijd de crisis op ons af. Daarom stem ik op Ruto, maar ik hoop vooral dat er geen geweld komt na de uitslag”.

Oude tribale demonen dienen zich ook bij deze verkiezingen weer aan. Wambui woonde eerder in Nakuru. Die stad lag in het centrum  van het in 2007 uitgebroken verkiezingsgeweld. Kenia balanceerde toen wekenlang op de rand van een burgeroorlog. De Keniaanse elite wedijvert voor stemmen op basis van etniciteit, waardoor iedere electorale competitie vrijwel automatisch ontaardt in oververhitte passie bij de tribale achterban. De venijnige tribale propaganda doet nu vooral de ronde op sociale media.

In 2007 reageerden tribale groepen als de Luo en Kalenjin die woede af op de Kikuyu, waarbij meer dan duizend burgers het leven lieten. Net als toen is Raila Odinga, een Luo, presidentskandidaat.

De huidige competitie is verwarder dan bij vorige verkiezingen. Ongegeneerd wisselen politici van partijen, die geen ideologisch platform zijn, maar gelegenheidscoalities en een bron van financiering voor de kandidaten. Na tien jaar is de ambtstermijn verlopen van de zittende president, Uhuru Kenyatta, een Kikuyu. Volgens plan zou hij de mantel overdragen aan zijn vicepresident, William Rutu, een Kalenjin. Maar Kenyatta en Ruto kregen ruzie en de president opteerde daarop voor Raila Odinga als zijn opvolger. Ruto en Odinga kozen ieder een Kikuyu als running mate, want 5 van de 22 miljoen stemgerechtigden zijn Kikuyu. De Kikuyu leverden sinds de onafhankelijkheid drie van vier presidenten en de familie Kenyatta, de rijkste van het land, zoekt bescherming voor zijn vergaarde fortuin.

Goed zakkenvullen

Ruto’s verhaal van de sjacheraar slaat aan bij de armen, maar minder bij de welgestelden. Njogu Kimando werkt in de regionale hoofdstad Muranga  voor het ministerie van Energiezaken, traditioneel een departement waar het goed zakkenvullen is. „Ruto begon al jaren terug met het benoemen van zijn handlangers op het ministerie, hij geldt als een van de meest corrupte politici. Als hij wint, verliezen wij Kikuyu alles”, waarschuwt hij. Hij erkent dat Odinga in het woongebied van de Kikuyu bij eerdere verkiezingen door rivalen effectief werd afgeschilderd als duivel. „Maar we moeten het ermee doen, nu we zelf geen Kikuyu-kandidaat hebben. Odinga zal onze belangen behartigen. Je geniet een hoop privileges als jouw man aan de top staat”.

Twintig jaar geleden stemden Kenianen massaal de dictatuur van president Moi Kenia weg, het leek een historisch nieuw begin met hoop op hervormingen en een einde aan de, door de elite gepraktiseerde, etnische politiek. „Maar deze verkiezingen zullen het Keniaanse politieke landschap niet herscheppen”, voorspelt Willy Mutunga, burgeractivist en voormalig opperrechter, in de hoofdstad Nairobi. Meer dan ooit is corruptie een onaangenaam onderdeel van de Keniaanse competitieve politiek. Nooit ging een hoge Keniaanse leider het gevang in wegens corruptie, straffeloos kunnen ze stelen en ook het moorden, zoals in 2007, bleef onbestraft. Keniaans eerste leider Jomo Kenyatta, de vader van de huidige president, had de toon gezet. Toen een kritisch parlementslid bij hem klaagde over corruptie, diende de geïrriteerde president hem van repliek: „Je bent alleen maar jaloers omdat je zelf je zakken niet hebt kunnen vullen”.

Moi schreef geschiedenis met het zogenoemde Goldenberg-schandaal, waarbij de staat voor naar schatting 1 miljard dollar werd opgelicht. Het beruchte schandaal onder zijn opvolger Mwai Kibaki heette Anglo Leasing, waarbij de staat door zwendel met nepcontracten   750 miljoen dollar verloor. En onder Kibaki’s opvolger, Uhuru Kenyatta, tierde de corruptie weliger dan ooit. Hij onthulde onlangs dat in zijn regeerperiode de afgelopen tien jaar iedere dag een geschatte 16 miljoen dollar was „verdwenen”.

Competitie van leugens

„Jonge mensen leven van beloftes en die van Ruto slaan aan”, sneert Benson Irungu, professor aan de Universiteit van Muranga. „Maar het is een competitie van leugens”. Hij vreest voor nog meer economische malaise, want als de winnaars straks op het pluche zitten, moeten ze hun campagnekosten terugverdienen. „Dat betekent dus nog meer corruptie na de verkiezingen”.

Maar de hoop van 2002 is niet vervlogen. Vechten voor democratie is nu eenmaal makkelijker dan het praktiseren. „We worden nog steeds bestuurd door tribale en corrupte koningen”, zegt Irungu, „Maar na misschien tien jaar zullen Kenianen zien wie hun werkelijke belangen verdedigen. Dan zal de democratie bloeien”.

Dit artikel verscheen eerder in NRC op 7-8-2022

Photo’s Nick Mwatha

Schrijf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *