Kenia: Oprukkende stad verdringt de luipaarden

Vroeger doolden er zebra’s rond bij de buurtwinkel. Een mededeling op het prikboord waarschuwde er voor leeuwen. Een giraffe blokkeerde mijn weg naar huis en de buurvrouw klaagde over een luipaard in haar keukenkastje. Dat was mijn buurt aan de rand van de Keniaanse hoofdstad Nairobi zo’n twintig jaar geleden.

Mensen rukken nu op en wilde dieren trekken weg. Ik woon op een steenworp afstand van een wildpark in de overgebleven plukjes bos die vroeger het begin aankondigden van de toen nog eindeloos lijkende savannes. De blanke ontdekkingsreiziger Joseph Thomson stuitte in mijn woongebied eind negentiende eeuw op gevaarlijke neushoorns en krijgers van de nomadische Maasai. In de jaren dertig van de vorige eeuw behoorde mijn erf tot de koffieplantage van de Deense schrijfster Karen Blixen. De Oscar-winnende film Out of Africa is gebaseerd op het boek van de schrijfster, die publiceerde onder het pseudoniem Isak Dinesen. De buurt draagt nog haar naam: Karen.

Tachtig jaar geleden kostte het haar een halve dag om over modderige paden naar het stadscentrum te rijden, nu is het een half uur met de stadsbus over verstopte wegen. Overal wordt gebouwd. Villa’s, krotten, supermarkten, voedselkiosken. Grondprijzen verdriedubbelen. Politici, die nauwelijks een jaar in de regering zitten, beschikken al over fondsen voor de bouw van riante woningen in mijn buurt. In de ochtenduren staan we in de file. Fiets- en bromtaxi’s verscheuren de stilte.

Afrikaanse steden tellen steeds meer inwoners door de instroom van landloze en werkloze boertjes. Nairobi groeit dramatisch snel: van twee miljoen vijftien jaar terug naar vermoedelijk zes miljoen vandaag. Heel Kenia telde in 1948 vijf miljoen mensen, nu een geschatte 38 miljoen, een gemiddeld groeicijfer van 3,4 procent, een van de hoogste ter wereld. Het gevoel van een overlopende emmer.

Het zuiverende sentiment van eenzaamheid in een van mensen ontdaan landschap kan alleen nog worden ervaren in schrale, veelal nomadische gebieden. In landbouwgebieden hangen groepen jongeren doelloos onder bomen of op veranda’s, de toch al kleine akkers van hun ouders verdeeld onder de talrijke zonen. Kenia lijdt onder overbevolking, de druk op de beschikbare landbouwgrond is te groot geworden. De jeugdwerkeloosheid loopt in de miljoenen.

Grote delen van Nairobi moeten het nu al stellen zonder water, zonder veiligheid, zonder verharde wegen en vaak zonder elektriciteit. Alle aanliggende dorpjes worden de nieuwe stad ingezogen, met snelwegen, viaducten, tunnels en flatgebouwen. Het oude, landelijke Nairobi is bijna vergaan.

Mijn slaapkamer kijkt uit op de Ngong-heuvels. Karen Blixen schreef over de magie van de heuvels: „The Hill before us, with a little floating grey mist in the creeks, lived gravely through another moment of their many thousand years… As night fell, the four peaks seemed to be flattened and smoothened out, as if the mountain was stretching and

spreading itself.”

De Maasais zien in de vier knokkels van de Ngong-heuvels een reuzenhand, van een gigant die zijn hand in de aarde drukte. De heuvels, waarop lang geleden de Maasai-clans hun vergaderingen hielden, gaven richting in hun landschap. Nu is ‘Ngong’ omringd door verlichte huisje. Er lopen nog wat verloren buffels, maar een wandeling op zondagmiddag leidt vermoedelijk eerst tot een ontmoeting met gangsters. Net als in andere delen van Nairobi hebben de ordebewakers van het land deze gebieden al lang geleden prijsgegeven aan de misdaad. Of de corrupte agenten bedrijven er hun eigen misdaden. De Ngong-heuvels bleken vorig jaar een dumpplaats voor lijken van moordcommando’s binnen de politie.

Mijn kantoor kijkt uit op een plukje oorspronkelijke Afrikaanse bush. Karen Blixen ging in haar tuin op buffels en leeuwen jagen. Mijn halfwilde honden leverden in mijn tuin gevechten met wrattenzwijnen en niet zelden wisten ze een hertje of bushbaby, een kleine aap, te verschalken. Menige poes of hond vond ik verminkt terug, gevild door luipaarden. Tegenwoordig houdt mijn weer vrouw kippen. Bij een poging daartoe tien jaar geleden vonden we na één dag een berg veren. De roodomlijnde, slijmerige bekken van de honden tekenden hun wilde temperament. In de herschapen wereld is hun bloeddorst verdwenen en leven ze vreedzaam samen met de kukelende kippen.

De migratieroutes van de wilde dieren zijn afgesloten door nieuwe nederzettingen. Een nieuwe buurman gaat vijf huizen op zijn erf bouwen, met een elektrisch hek er omheen. We schilderen nu maar dieren op onze buitenmuren. Een eekhoorntje dat over mijn bureau trippelt, het gekwetter van kleurrijke vogels, een uil die met me meedenkt in de avonduren, zij zijn de enige dieren die me nog verwennen met hun aanwezigheid.

En de brutale aap blijft mijn erf aandoen. Hij dringt steeds meer binnen in mijn huiselijke leven. Vorige week liep het forse beest door de open keukendeur binnen en zat met een jong bij de fruitmand in de keuken. Ze maakten geluiden, alsof ze iets bespraken. Enkele dagen later in de nacht werd me duidelijk waarover ze hadden gepraat. Het jong wrong zich door een raampje naar binnen en overhandigde de bananen aan moeder buiten. Vroeger kon ik dat beest wel schieten, nu zal ik het liefkozen en beschermen.

 

De brutale aap

 

Schrijf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *