Rwanda speelt nu een hoofdrol

Rwanda is een klein, overvol bergstaatje dat wordt geleid door uiterst efficiënte bestuurders, voor een groot deel afkomstig van de Tutsi’s. Oost Congo heeft voldoende ruimte, maar ontbeert behoorlijk bestuur en wordt geplaagd door een ongedisciplineerd regeringsleger en talrijke milities. Volgens critici van Rwanda is het ultieme plan van het bergstaatje om zijn surplus bevolking naar Oost Congo te exporteren, kortom het creëren van Lebensraum. Daarom heeft Rwanda sinds 1996 twee keer Oost Congo bezet en dirigeert het nu rebellengroepen.

De rebellenbeweging M23, die net als de Rwandese regering voor een groot deel maar niet exclusief bestaat uit Tutsi’s, is in deze gedachtegang niet meer dan een vazal van Rwanda. Met het geslaagde offensief eerder in november dat leidde tot de inname van Goma door M23 staat de regio voor het voldongen feit dat Rwanda de hoofdrol speelt. Zonder een rol voor Rwanda is vrede niet mogelijk in de regio. In die analyse heeft Rwanda met het offensief van M23 eind november gewonnen.

Banden tussen Tutsi’s in het Gebied van de Grote Meren zijn sterk. Logisch, want ze vormen een minderheid en allen worden soms bedreigd met moord. Congolese Tutsi’s vochten in 1994 in Rwanda tegen de Hutu regering die de Tutsi’s probeerde uit te roeien. Congolese Tutsi’s zijn goed in business, maar ook zij vormen een kleine minderheid. Sinds het uitbreken van de oorlogen in Congo, na de Rwandese genocide in 1994, heeft de Rwandese regering van Paul Kagame deze Tutsi’s gebruikt als handlangers. In het bestuur na de Rwandese bezetting in 1998, en bij muiterijen in het Congolese leger vormden  Tutsi’s steeds de kern.

In Oost Congo ontstaat bij dramatische ontwikkelingen zoals in november al snel een gevoel van déjà vu. Dissidente Tutsi-militairen bezetten de Oost-Congolese stad Bukavu in 2004 en begingen grove misdaden. Twee jaar later bezette de Tutsi-generaal Laurent Nkunda grote delen van Oost Congo en maakte zich eveneens schuldig aan mensenrechtenschendingen. Na een akkoord in 2008 werden de opstandige militairen in het leger opgenomen, waaruit ze in april weer wegliepen om M23 te vormen. Ook M23 is van misdaden beschuldigd. ( Deze misdaden steken overigens schraal af bij de activiteit van milities de afgelopen weken op het platteland. Daarbij vielen honderden doden en sloegen duizenden op de vlucht.)

De muiterij van M23 in april had slechts deels succes. Slechts zevenhonderd militairen deden mee aan de opstand en M23 had tot begin november veel minder gebied onder controle dan de strijders van Nkunda destijds. En de rebellen blijven impopulair.(hoewel in  ook leden van andere stammen zich aansluiten, zoals de Bashi). Bij de verkiezingen eind vorig jaar won maar een handjevol van hun aanhangers. (zij voerden- wat een ironie- campagne voor Joseph Kabila)

In het mozaïek van stammen in Oost Congo waren de Tutsi’s voor 1994 niet zo controversieel als nu, de tribale dimensie werd aangewakkerd door de oorlogen van stammilities de afgelopen jaren. Inmiddels roepen Tutsi’s haat op. Die haat komt gemakkelijk tot ontploffing in Goma en Bukavu, zoals bij eerdere oorlogrondes is gebleken. Door de sterke banden met Rwanda hebben de Congolese Tutsi’s een slechte naam gekregen.

President Kabila is niet meer geliefd in Congo. Niet alleen in Oost Congo maar ook in het zuidelijke Katanga heerst onvrede dat alle inkomsten in de regio naar de hoofdstad Kinshasa stromen en hier weinig van terugkeert naar de regio’s. Maar een opstand tegen hem, onder leiding van M23, maakt waarschijnlijk weinig kans. Wel kan het land daardoor worden opggebroken, zoals het geval was na 1998. Ook bestaat een kans dat binnen zijn eigen regering en leger een coup wordt gepleegd.

Door de aanwezigheid van rebellengroepen, dertig milities en een slecht georganiseerd regeringsleger heeft het grondstofrijke Oost Congo een oorlogseconomie. M23 haalde tot nu toe veel van zijn inkomsten uit de douane van Bunagana, een stadje waar Oeganda aan de vooravond van het offensief de grens sloot. M23 probeert zijn controle uit te breiden naar Masisi, een streek ten westen van Goma, zo schoon, groen en vruchtbaar als Zwitserland en met vele mijnen in de buurt.

Met de inname van Goma zette M23, met instemming van Rwanda, president Kabila het mes op de keel.

Rwanda beschikt over veel krediet bij westerse en Afrikaanse diplomaten, ondanks zijn omstreden beleid in Congo. Het schuldgevoel over het gebrek aan internationale actie bij de genocide in 1994 (van Hutu’s tegen Tutsi’s) speelt daarbij een belangrijke rol. Bovendien dwingt de efficiëntie van de Rwandese heersers, die in korte tijd het vernietigde land weer opbouwden, bewondering af.

Dit staat in scherp contrast met het klungelige bestuur van de Congolese regering in Kinshasa. In betogen van Amerikaanse diplomaten in de regio valt altijd de ondertoon te horen dat bestuur door professionele Tutsi’s  misschien niet zo’n slecht idee zou zijn voor het chaotische Oost Congo.

Volgens een rapport van onderzoekers voor de VN ,,voeren Rwandese ambtenaren de totale controle en de strategische planning voor M23 uit”. Aan het hoofd van deze commandostructuur zou de Rwandese minister van Defensie, James Kabarebe, staan. Kabarebe was in 1997, nadat Rwanda Laurent Kabila (de vader van de huidige president) aan de macht had geholpen in Congo, korte tijd opperbevelhebber van het Congolese leger. Als legerleider heeft hij zoon Joseph Kabila het vechten geleerd.

De belangrijkste oorzaak van het Congolese probleem blijft de falende staat. Hierdoor kunnen buurlanden als Oeganda en Rwanda, maar ook Zimbabwe en Angola, hun kans grijpen om te profiteren van de rijkdom aan grondstoffen en vruchtbaar land. Alleen zware sancties zouden Rwanda misschien van zijn koers kunnen afbrengen. Maar ook zonder de inmenging van Rwanda is het Congolese conflict nog lang niet opgelost.

 

Schrijf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *