Shuga houdt Nairobi een spiegel voor

Angelo friemelt aan de rok van zijn vriendin Kipepeo in een poging haar dijen te ontsluiten. Door geilheid gedreven duikt hij er maar onder. Dergelijke buitengewone scènes uit de nieuwe soapopera Shuga sinds februari op de Keniase tv zijn controversieel in het conservatieve Kenia. Dertig jaar geleden wekten in bikini kostuum geklede dansende dames in de Amerikaanse zwarte muziekshow Solid Gold zodanig koortsgloed op dat het parlement erover debatteerde en de toenmalige president Moi de show verbood. Moi, een Afrikaanse leider van de oude stempel, was wars van populaire muziek en moderne kust, zijn voorkeur ging uit naar traditionele dansers en sloom swingende kerkkoren.

“Mensen die Kenia van vóór 1990 kennen, zullen het land nu niet meer herkennen”, vertelt Nick Ndeda die Angelo speelt in de soap Shuga, wat in slang “lekker stuk”betekent. Traditioneel, puriteins, conservatief, deze woorden vallen al snel in opinies van liberale westerlingen over Afrika’s zeden en gewoontes. Dat beeld raakt in de hoofdstad Nairobi steeds meer achterhaald. Een groeiende middenstand bezoekt opkomende theaters, galerieën, concerten en kunstzinnige manifestaties en jongeren luisteren naar de laatste muziek op fm-radiostations. “Er vindt een revolutie plaats”, jubelt de jonge Keniase actrice en zangeres Avril, die in Shuga Miss B’Have speelt. “En de beste middelen om veranderingen te stimuleren, zijn soap en muziek”.

Shuga houdt Nairobi een spiegel voor, zeggen Nick en Avril. De soap is vermaak met een boodschap. De zesdelige serie zoemt in op het leven, de liefde en de gecompliceerde seks van jonge Kenianen. Op de universiteit, in getto’s, bars en het wellustige nachtleven strijden de personages om hun dromen te verwezenlijken. Ze doen dat in een snel veranderende wereld waarin ouders niet meer het laatste woord hebben, aids en homo’s de oude tradities ondermijnen en internet een vluchtstrook biedt.

Nadat Angelo een nummertje had gemaakt met Kipepeo, raakt hij tot zijn verbijstering verliefd op haar. Maar vrouwen zijn onderdanig en beschikbaar voor iedereen die zich dat kan permitteren. Angelo moet toezien hoe Kipepeo hiv gevaarlijke vluggerdjes heeft met rijke mannen die haar een baantje bieden. “Net zoals dit wijdverspreid voorkomt in onze echte wereld”, zegt Nick. Verkrachting in de familie is een ander groot taboe waarover doorgaans alleen in Afrikaanse romans wordt gerept. In Shuga verkracht een stiefvader zijn dochter. “Gisteren nog hoorde ik van een meisje dat regelmatig wordt misbruikt door haar vader terwijl haar zussen buiten de wacht moeten houden. Ze durft het aan niemand te vertellen, en ze gaat het zeker niet bij de politie melden”.

Vrouwen behoren aan de mannen. Die relatie tussen de geslachten verandert rap. “Wij vrouwen zijn zo geëmancipeerd geraakt dat we niet meer afwachten tot we worden versierd, we nemen zelf het initiatief een man te schaken”, lacht Avril met haar stevig opgemaakte lippen. Ze haalt haar vingers door haar geblondeerde ontkrulde haar en zucht: “Twintig jaar geleden haalden paartjes het niet in hun hoofd op straat hand in hand te lopen. Nu durven sommigen zelfs op straat te zoenen. Is dat geen vooruitgang”!

Misschien wel het heetste hangijzer betreft homoseksualiteit. Homo is een scheldwoord en homoseks is strafbaar volgens de wet. President Kibaki houdt er een relatief mild standpunt op na als hij over homo’s zegt “ieder dorp heeft zijn dorpsgek”. Waarmee hij wil zeggen: negeer ze. Nick bepleit libertijnse waarden: “Negeer homo’s niet, er leven er veel meer in Nairobi dan we willen geloven. Ook zij hebben recht op ontwikkeling en hun vrijheid”. In Shuga onthult een student achteloos zijn seksuele geaardheid als hij vertelt te zoeken naar een zielsvriend. “Het zit in Shuga want in de werkelijkheid is het er ook”, vervolgt Nick. “Doel van Shuga is om een discussie op gang te brengen, om licht te werpen wat zich nu nog in de duisternis afspeelt”.

De grote verandering zette in de jaren negentig in, toen Nick en Avril naar de basisschool gingen. Een beweging voor meer pluriformiteit in de politiek ging gepaard met een groeiende behoefte aan culturele vrijheid. Eerste internationale tv en later internet maakten in hun jeugd een andere levenswijze dan hun ouders mogelijk. “Je hoeft je niet bij je lot neer te leggen, zoals onze ouders deden”. De vergelijking met de jaren 60 in het Westen dringt zich op, toen vond een culturele revolutie op een ondergrond van forse economische vooruitgang plaats. Maar hoewel sinds tien jaar Afrika’s economieën groeien, is volgens Nick de economische voorspoed niet de drijfveer. “Door de nieuwe technieken kregen we toegang tot de buitenwereld en zo veranderende ons gedrag”.

Geven de jongeren zich niet kritiekloos over aan decadente westerse invloeden, zoals de oudere generatie al snel roept? “We zitten vast in het midden”, drukt Avril het uit. “Ja, we streven het Westen na, maar we willen ook Afrikaan blijven”. Ze wil, zoals de traditie voorschrijft, met respect naar de ouderen luisteren, maar laat zich niet meer de les lezen. “Het recht op een individuele keuze, daar trek ik de grens”, zegt ze kordaat. Daar raakt ze vermoedelijk het kernpunt van de enorme culturele veranderingen op het continent. Want in Afrika heeft altijd bovenal het gemeenschappelijke belang gegolden.

Is de culturele revolutie die Shuga belichaamt niet louter voor rijkelui kinderen? “De nieuwe energie, de nieuwe ideeën, ze bereiken alle groepen, van sloppenwijk tot luxe villa. De verandering is onontkoombaar”, vindt Nick. Waaraan Avril toevoegt: “Ja, in de landelijke gebieden, waar vrouwen niet in minirokken maar met sprokkelhout op het hoofd lopen, zal Shuga nog tot veel onrust leiden”.

 

Love Sex Money

Shuga: Love Sex Money is een zes-delige soapserie  gemaakt door een Zuid-Afrikaans productieteam voor de muziekzender MTV. Financiële steun kwam van UNICEF, de Amerikaanse regering en anti-aids organisaties. De serie is een vervolg op het driedelige Shuga dat in 2009 werd uitgezonden. De serie werd gedraaid in Nairobi en Malindi met voornamelijk Keniase acteurs en geregisseerd door de Zuidafrikaan Teboho Mahlatsi en zijn Keniase collega Lupita Nyang’a.

Schrijf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *