Vermoord me maar vertel me wie je bent. Geweld en plunderingen in Oost Congo

Kivu meer bij Goma

Pater Aurélien Kambala bereidt zich in de noordoost-Congolese stad Butembo voor op zijn rol als waarnemer bij de verkiezingen zondag*. De pater legt zijn werk terzijde als Moise Paluki langskomt en zijn verhaal vertelt. Hij wil Moise omarmen, maar een ebola-epidemie in de regio verbiedt aanrakingen. Troosten mag niet meer. Zijn bezoeker vertelt hoe militiestrijders vorige week zijn oudste zoon doodden en zijn vrachtwagen vol pinda’s in brand staken. „Ik heb niets meer, hoe moet ik verder”, jammert Paluki, „en ik weet niet eens wie de daders zijn”.

De bewoners in de noordoostelijke regio zijn radeloos. Al jaren lijden ze onder de terreur van talrijke gewapende groepen. Daar bovenop kwam onlangs ebola. Het geweld in deze beboste landbouwstreek begon in 2014 en leidde al tot 2.000 burgerdoden en 200.000 ontheemden. Wie de daders zijn en wat hen motiveert is onduidelijk. Ook de VN-soldaten van een vredesmacht tasten in het duister over wie hun vijand is, maar ze nemen wel de connecties waar van de milities met politici. Gebruikmakend van de wanorde zetten buurlanden en politici, smokkelaars en stamhoofden in Congo zelf de strijdgroepen in voor eigenbelang. In het vruchtbare Congo met zijn talrijke delfstoffen levert oorlog economisch nu eenmaal meer winst dan vrede – althans voor een kleine groep profiteurs. Congo is een wingewest, van de Belgische koning Leopold tot aan Mobutu en van Mobutu naar de Kabila’s.

„Dood me, het kan me niet meer schelen”, treurt MoisePaluki en hij heft zijn handen naar een denkbeeldige aanvaller, „maar vertel me wie je bent, en waarom je me wilt vermoorden!”

De chaos woedt in heel Oost-Congo, evenals in de centrale regio Kasai. Vrijwel nergens in Afrika is de kloof tussen burgers en heersers zo schrijnend groot.

Nijlpaarden en gorilla’s

in an ebola centre
in een ebola observatie kliniek

De extreme schoonheid van Oost-Congo betovert. De reeks meren, van het Albertmeer bij Zuid-Soedan tot het Mwerumeer bij Zambia, heeft een in Afrika onovertroffen weelderige natuur, met mistige valleien, dreigende vulkanen en woedende rivieren. De rivier de Congo ontspringt er, de krachtigste ter wereld en baant zich een weg door de wouden naar het 1500 westwaarts gelegen Kinshasa. In de bergen zijn gorilla’s en in de meren nijlpaarden. Maar de terreur trekt bloedsporen in het fraaie landschap. Ruim 4 miljoen Congolezen raakten de laatste jaren ontheemd. Al een kwart eeuw verkrachten, onthoofden en beroven gewapende mannen, alsof er een vloek ligt op dit land. „Overlevenden van de aanval op mijn vrachtwagen herkenden onder de daders enkele regeringssoldaten”, legt Moise Paluki uit aan de pater. „Aha”, mompelt deze, „dat komt overeen met mijn veldonderzoek”.

In Oost-Congo opereren volgens een telling van mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch 140 milities, variërend van bendes van veertig tot tweeduizend man. Sommige verdedigen hun eigen (tribale) gemeenschap, andere onderscheiden zich door hun brute optreden, zoals de groep onder leiding van (inmiddels gearresteerde) commandant Cheka Cheka(cheka betekent lachen in Kishwahili, kennelijk glimlachte hij wanneer hij de strot van zijn slachtoffers doorsneed).

De afgelopen kwart eeuw ontbrak het de overheid aan wil en kracht om hen te verslaan. Soms gooien legerleiders het op een akkoordje met de milities om grondstoffen te ontginnen. Soms lijft het regeringsleger de strijders in, waarbij de milities hun gevechtseenheden in stand mogen houden. Zo kregen leden van door Rwanda, Oeganda en Burundi gesteunde milities een stevige vinger in de pap van de regeringsstrijdkrachten. In hun nieuwe regeringsuniformen gaan ze door met hun strijd om Congo’s rijkdommen.

Oost-Congo was al instabiel onder de dictator Mobutu Sese Seko (1965 -1997) maar de omvang van de mensenrechtenschendingen nu heeft een oorsprong in de hooglanden van de buurlanden. Na de machtsovername door Yoweri Museveni in buurland Oeganda in 1986 daalden eerst zijn islamitische tegenstanders naar de noordoostelijke regio van Congo af. Vervolgens kwamen er verder zuidwaarts, na de genocide in 1994, honderdduizenden Rwandezen het land in.

Hierna gebruikten de legers van Rwanda en Oeganda in 1997 het oosten als springplank voor hun invasie in Congo, om Mobutu omver te gooien en om er de goud-, diamant- en kobaltwinning te kunnen controleren. Een geschatte vier miljoen Congolezen stierven als gevolg van die inmenging door Oeganda en Rwanda. In het machtsvacuüm ontstond een systeem van roofbouw met op afstand gecontroleerde milities.

Middenin dit spinnenweb van intriges geeft de falende overheid de schuld aan moslimextremisten van het ADF(Allied Democratic Forces), en vergelijkt die met Al-Shabaab in Somalië. Dat lijkt een leugen, de invloed van moslims is gering. Omar Aboud, hoofd van het veldkantoor van de VN in het iets noordelijk van Butembo gelegen Beni, ondergraaft het argument van de overheid: „Dit zijn geen militante moslimstrijders. Het gaat hier niet om sterke islamitische groepen die gebieden controleren”.

Pater Aurélien legt de nadruk op een conflict tussen de Nande, de grootste autochtone bevolkingsgroep in de regio en de Banyarwanda: Rwandezen die al eerder naar de regio migreerden. „Het gros van de slachtoffers is Nande. De aanvallers spreken vaak Rwandees. Ze stelen varkens en zijn vaak dronken. Ze willen ons van ons land verdrijven.”

Rutshuru Oost Congo
Rutshuru Oost Congo

Luipaardvel

Op een erf buiten Beni moet een vogelverschrikker gekleed in militair uniform de inwoners beschermen, maar de meesten in de buurt verkiezen het om ‘s avonds in het stadscentrum te slapen. Vrijwel wekelijks wordt er iets buiten Beni aan de kant van de luchthaven geschoten en soms komen militiestrijders tot in het hartje van de stad.

Sommigen in Congo zoeken een antwoord in hun geschiedenis. Honderd jaar geleden velden stamoudsten doodvonnissen door net geïnitieerde jongeren, gekleed in luipaardvel, te laten moorden. Volgens de traditie bleven deze ‘menselijke luipaarden’ onherkenbaar. Omdat ze handelden in opdracht van het tribale gezag durfde niemand zelfs maar naar hun identiteit te raden.

Pater Aurélien wijst op wereldlijker zaken. „We leven onder Kabila in een dictatuur en kunnen daarom de oorzaak van het geweld niet onder ogen zien”.

Beni(Johannes Dieterich)
Beni(Johannes Dieterich)

Verkiezingen en de soldaat van het volk

De verkiezingscampagnes waren een competitie tussen politici die zich verrijkten in de kleptocratie. De meerderheid van de Congolezen wil af van de roversbende rond president Joseph Kabila en diens kroonprins bij de verkiezingen, Emmanuel Ramazani Shadary. De regering manipuleerde met intimidatie en geweld het verkiezingsproces en niemand verwacht een eerlijk verloop op de stemdag.

De zelfingenomen oppositiepolitici faalden om een eenheidsfront en een vuist maken. Verdeeld gingen ze de verkiezingen in. Oppositiekandidaat Martin Fayulu gebruikte voor zijn campagnes geld van de zakenfamilies van Moise Katumbi en Jean Pierre Bemba en de andere oppositiekandidaat Felix Tshisekedi kon rekenen op een goed gefinancierd partijapparaat van zijn vorig jaar overleden vader Etienne.

Toch leeft er ook hoop in Congo. „De oppositiekandidaat Martin Fayulu inspireert de Congolezen, hij is de minst gecorrumpeerde van de middelmatige politieke klasse”, zegt pater Aurélien.

Bij de campagnes van de afgelopen weken werkten de autoriteiten „de soldaat van het volk” tegen, zoals Fayulu zich noemt. Ze barricadeerden een landingsbaan zodat zijn vliegtuig niet kon landen. Ze stuurden getrainde herrieschoppers naar zijn bijeenkomsten of verboden die. Soms schoot de politie met scherp op zijn aanhangers. Regeringskandidaat Shadary daarentegen kreeg alle vrijheid en steun.

Dat er überhaupt verkiezingen zouden plaatsvinden – na twee jaar tegenwerking door Kabila – ervoeren Congolezen als overwinning op hun impopulaire president. Het leidde tot vreugde en muziek in het land – Congolese rumbamuziek zet iedereen van jong tot oud aan het dansen.

Zingend begeven jongeren zich begin december door de zuidelijker gelegen, overvolle plaats Goma naar een rally van de oppositiekandidaat. Tegen de achtergrond van een majestueuze vulkaan op een met lavagruis bedekt veld, beklimt hij het podium terwijl de menigte met de heupen draait en schouders schudt. „Het is symbolisch dat ik hier campagne voer”, roept Fayulu, „want jullie in het oosten hebben een hoge prijs betaald voor het regime van Kabila. Jullie kennen geen rechtsstaat. Hoe kan ons land zo rijk zijn en de bevolking zo arm? Congo moet herrijzen”.

Lucha

Burgergroepen nemen het heft in eigen handen tegen de gecorrumpeerde politici. Dat is het allerbeste nieuws uit Congo. Fayulu won hun sympathie toen hij meedeed aan door de Katholieke Kerk georganiseerde betogingen tegen het uitstel van verkiezingen door Kabila.

Na het gejoel „Kabila flikker op” maant Fayulu het publiek tot een minuut stilte ter gedachtenis van Luc Nkulula van de burgerbeweging Lucha, die strijdt tegen de kleptocratie. Eerder dit jaar gooiden onbekenden een brandbom in zijn huis in Goma, waarbij hij om het leven kwam.

Lucha probeert bewoners bewust te maken van hun rechten en om actie te voeren voor sociale verbetering. Waar een politicus in Goma campagne voerde door een week lang gratis vervoer aan te bieden aan forenzen, maken Lucha-activisten iedere zaterdag vrijwillig buurten schoon. De jeugdige Espoir Ngalukiye was een boezemvriend van de vermoorde Luc Nkulula. „Onze familieleden vrezen na zijn moord voor hun veiligheid. Maar we gaan door”, vertelt de activist. Je moet moed hebben in Congo om actie te voeren.

De beweging onttrekt zich aan het patronagesysteem van bescherming door de elite – en vormt daarom een gevaar voor de overheid. Als antwoord infiltreert de regering de beweging en intimideert ze door omkoping, moord en ontvoeringen. Daarom is het al een wonder dat in het gecorrumpeerde Congo Lucha nog bestaat. Espoir – wiens naam ‘hoop’ betekent – symboliseert een nieuwe, digitale generatie. Vastberaden zegt hij: „Wij gaan Congo bevrijden van de wanhoop.”

* ps de verkiezingen in Beni en Butembo werden eerder deze week uitgesteld tot maart, officieel vanwege de ebola. 1,2 stemgerechtigden, dwz. drie procent van het totaal, kan daarom niet zijn stem uitbrengen bij de presidensverkiezingen.

Dit artikele stond op 21-12-2018 in NRC Handelsblad

Foto 1: door Koert Lindijer Het Kivu meer bij Goma

Foto 2: door Johannes Dieterich, ebola centrum in Beni

Foto 3: door Koert Lindijer, Rutshuru in Oost Congo

Foto 4: door Johannes Dieterich, Beni

Schrijf een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *