Soedan stevent af op grote hongersnood

Door Koert Lindijer

Soedan stevent af op een grote humanitaire catastrofe, op een schaal van Gaza en Oost-Congo. De helft van de vijftig miljoen Soedanezen kan al niet meer overleven zonder hulp, tien miljoen hebben hun huizen moeten verlaten en anderhalf miljoen weken uit naar buurlanden. Er is onvoldoende geld om te helpen en onvoldoende medewerking van de rivaliserende militaire facties om hulp af te leveren bij de slachtoffers.

Begin vorige maand deed de VN een oproep voor 4,1 miljard dollar, te midden van waarschuwingen van het Wereldvoedselprogramma van de VN dat mensen sterven van de honger in gebieden die zijn afgesneden door gevechten. Slechts een fractie van het benodigde hulpbedrag is toegezegd door donoren, vorige week was het 4 procent. „Er functioneren nog nauwelijks ziekenhuizen en klinieken. Binnen een maand tijd zijn vijftig patiënten die aan nierfalen leden gestorven”, vertelt de vrijwillige gezondheidswerker Omar Ibrahim (29) telefonisch.

Etnische zuivering

Door de ontoegankelijkheid van het strijdtoneel van de in april uitgebroken oorlog tussen het Soedanese regeringsleger en de paramilitaire eenheid Rapid Support Forces (RSF) kan over het aantal doden slechts worden gegist. Beide partijen, en vooral de RSF, begaan misdaden. Bij hun strijd sparen ze de burger niet: ze voeren tankslagen in woonwijken, ze bombarderen in nauwe steegjes, ze verkrachten, ze confisqueren woningen van bewoners, ze plunderen banken en bedrijven, ze vernietigen bruggen, scholen en ziekenhuizen en moorden op etnische basis bevolkingsgroepen uit. Dit is een van de ernstigste vernietigingsoorlogen ooit in Afrika; wanneer de slachtoffers van etnische zuiveringen door het RSF in de regio Darfur worden meegerekend, gaat het om tienduizenden doden.

De logistieke uitdaging om er iets aan te doen is immens. Ten westen van de Nijl is het overgrote deel van het grondgebied in handen van de RSF, ten oosten van het regeringsleger. Maar ook de hoofdstad Khartoem en Wad Madani westelijk van de rivier vallen onder controle van de RSF. Het regeringsleger weigert hulpgoederen toe te laten voor RSF-gebied en werkt burgercomités tegen die soepkeukens organiseren. De enige route die overblijft is via de Tsjadische hoofdstad Ndjamena, waar het door spanning met de overgangsregering ook onrustig is, en Kameroen, een mijlenlange afstand over moeilijk terrein. Hulpgoederen voor regeringsgebied vallen relatief gemakkelijk te vervoeren vanuit de havenstad Port Sudan, maar ook het regeringsleger heeft hulpgoederen gestolen.

Hongersnood

„De regering in Port Sudan heeft de toegang voor hulporganisaties in ons gebied beperkt, wat leidt tot hongersnood in Darfur”, zegt Ibrahim, die vanuit Tsjaad medicijnen brengt naar Furburanga in het Soedanese Darfur. „Bovendien eisen RSF-soldaten bij wegversperringen exorbitante belastingen van handelaren voor doorgang.” Het lot van kinderen die lijden aan ondervoeding is verschrikkelijk, evenals dat van mensen die worstelen met diabetes, ouderen met hoge bloeddruk en vrouwen die tijdens de bevalling bloedtransfusies nodig hebben.”

In het westelijke Darfur stapelt de ene crisis zich op de andere; al vele jaren verblijven honderdduizenden er in ontheemdenkampen. Zoals in het kamp Zamzam met 300.000 inwoners die zich er na een oorlog in 2003 vestigden. Alle VN-organisaties en daarmee de voedselhulp zijn nu verdwenen en volgens Artsen zonder Grenzen (MSF) sterven er iedere dag dertien kinderen door ondervoeding. „Degenen met ernstige ondervoeding die nog niet zijn overleden, lopen een groot risico om binnen drie tot zes weken te overlijden als ze geen behandeling krijgen”, volgens Claire Nicolet, die de noodhulp van MSF voor Soedan coördineert.

OCHA, de humanitaire afdeling van de VN, beschrijft de verwoestende impact van de oorlog op de Soedanese economie, waaronder de vernietiging van industriële capaciteit, onderwijs- en gezondheidszorgsystemen, en de ineenstorting van belangrijke sectoren zoals handel, financiën en informatietechnologie. Volgens OCHA werden tientallen kantoren en warenhuizen van hulporganisaties geplunderd, meestal door de RSF of aanverwante Arabische milities.

Verlaten akkers

De verovering van de grote stad Wad Madani in de deelstaat El Gezira in december ten oosten van de Nijl door het RSF betekende een enorme tegenslag voor de hulpverlening. Niet alleen hadden honderdduizenden ontheemden uit de hoofdstad zich er verzameld, maar de agrarische streek is ook de grootste leverancier van voedselgewassen. Sinds de verovering van het RSF liggen de akkers er verlaten bij.

Volgens de Wereldbank genereerde de landbouw vóór de oorlog 35 tot 40 procent van het bruto nationaal product en bood werk aan 70 tot 80 procent van de beroepsbevolking op het platteland. Maar ruim 60 procent van de landbouwgrond van het land is buiten gebruik geraakt, aldus de Soedanese onderzoeksorganisatie Fikra for Studies and Development.

Soedan is altijd een natie van handelaren geweest. Volgens informatie uit Soedans havens nam de handel vorig jaar met 23 procent af. Het IMF deed eerder deze maand de sombere voorspelling dat de economie dit jaar 18 procent krimpt. Een dollar kostte vorig jaar nog 275 Soedanese pond, nu is dat 1.200 pond.

Een reddingsboei voor de Soedanezen sinds het uitbreken van de oorlog was internetbankieren. Bij gebrek aan cash verleenden banken diensten om digitaal te betalen, maar sinds drie weken fungeert het internet gebrekkig omdat het RSF twee van de drie providers in Khartoem heeft afgesloten. Ook de soepkeukens gebruiken internet om hongerige Soedanezen te informeren waar nog wat te eten valt te vinden. Nu moeten ze sluiten.

Dit verhaal verscheen eerder in NRC op 1-3-2024

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

ERROR: si-captcha.php plugin: securimage.php not found.